Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 809 Rv

Horen van minderjarigen in familiezaken redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd die welke het levensonderhoud van een minderjarige betreffen die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, beslist de rechter niet dan na de minderjarige van twaalf jaren of ouder in de gelegenheid te hebben gesteld hem zijn mening kenbaar te maken, tenzij het naar het oordeel van de rechter een zaak van kennelijk ondergeschikt belang betreft. De rechter kan minderjarigen die de leeftijd van twaalf jaren nog niet hebben bereikt, in de gelegenheid stellen hem hun mening kenbaar te maken op een door hem te bepalen wijze. Hetzelfde geldt in zaken betreffende het levensonderhoud van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt.

  2. 2

    In zaken betreffende curatele, onderbewindstelling en mentorschap is de eerste volzin van het eerste lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onder curatele te stellen of gestelde persoon, ten aanzien van degene wiens goederen het betreft alsmede ten aanzien van de persoon ten behoeve van wie mentorschap is verzocht of is ingesteld.

  3. 3

    Indien de gelegenheid waarop de minderjarige zijn mening kenbaar kan maken niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige, kan de rechter de beschikkingen tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet om een minderjarige uit huis te plaatsen, een beschikking met betrekking tot de voorlopige voogdij alsmede een beschikking als bedoeld in artikel 265i, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek geven zonder toepassing van het eerste lid. Deze beschikkingen verliezen haar kracht na verloop van twee weken, tenzij de minderjarige binnen deze termijn in de gelegenheid is gesteld zijn mening kenbaar te maken.

  4. 4

    Indien de minderjarige van de in het eerste en derde lid bedoelde gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, kan de rechter een nadere dag bepalen, waarop hij voor hem gebracht zal worden. Verschijnt de minderjarige alsdan wederom niet, dan kan de zaak zonder hem worden behandeld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:847Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de…

  • ECLI:NL:HR:2025:902Hoge Raad, 13 juni 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Beschermingsbewind en mentorschap. Hybride zitting. Deelname door deel belanghebbenden, waaronder degene op wie verzochte maatregelen betrekking hebben, via videoverbinding. Bezwaar…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1404Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Verzoek bewind en mentorschap meerderjarige; digitaal bijwonen mondelinge behandeling; instemming partijen vereist?; motiveringsplicht?

  • ECLI:NL:PHR:2024:1405Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Verzoek bewind meerderjarige; digitaal bijwonen mondelinge behandeling; instemming partijen vereist?; motiveringsplicht?

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6545Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Artikel 1: 431 lid 1 BW. Afwijzen verzoek van betrokkene zelf tot onderbewindstelling. Regeling levenstestament volstaat.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3717Rechtbank Noord-Nederland, 28 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Kinderbeschermingsmaatregelen naar aanleiding van zorgen of de veiligheid van kinderen in een gezinshuis De rechtbank publiceert samenhangende beschikkingen (ECLI:NL:RBNNE:2026:3695…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:22695Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Gezag en omgang. Toewijzen eenhoofdig gezag aan moeder en bepaling dat er geen omgang is tussen vader en de kinderen. Vader heeft voor verschillende zaken geen toestemming gegeven. Omgang verstoort…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7619Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Niet herroepen schorsing zorgregeling. moet gelezen worden als verzoek wijziging voorlopige zorgregeling. mjs moeten voorlopig bij de moeder verblijven. GI krijgt regio over op te starten begeleide…

199 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.