Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 143 Rv

Verzet tegen een verstekvonnis redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen.

  2. 2

    Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is.

  3. 3

    Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.

  4. 4

    De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:906Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzet in kort geding. Betekening in persoon ex art. 55 Rv. Volstaat mededeling volgens Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954? Wijze van instellen van het verzet: moet worden gedagvaard…

  • ECLI:NL:PHR:2024:977Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2024 (verbintenissenrecht)

    Ondernemingsrecht. Verbintenissenrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid jegens schuldeiser van geturboliquideerde vennootschap wegens frustratie van verhaal. Vaststaan van vordering op vennootschap.…

  • ECLI:NL:HR:2024:1103Hoge Raad, 30 augustus 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 Rv in verbinding met art. 144 onder b Rv. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2629. Toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; (lengte van) nadere termijn.

  • ECLI:NL:PHR:2024:731Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Appelprocesrecht; kort geding, taak appelrechter, spoedeisend belang. Ambtshalve plicht tot splitsing/retrospectie? Onbegrijpelijke motivering hof van algemene vernietiging verzetvonnis.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13919Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet; verrekening factuur met vergoeding voor geannuleerde diensten; beroep op overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6103Rechtbank Overijssel, 1 oktober 2026 (civiel recht)

    Verzet tegen verstekvonnis in kort geding. Niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Geen strijd met artikel 6 EVRM.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6097Rechtbank Overijssel, 30 september 2026 (civiel recht)

    Afwijzing vordering incident in verzetprocedure tot schorsing van uitvaarbaarheid bij voorraad. Belangenafweging. Geschil over ontvankelijkheid verzet.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13290Rechtbank Rotterdam, 17 september 2026 (personen- en familierecht)

    Verzet tegen verstekvonnis in kort geding. Tevens executiegeschil in verband met geïncasseerde dwangsommen op basis van het verstekvonnis. Verstekvonnis vernietigd na overeenstemming van partijen op…

657 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.