Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1018a Rv

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Indien een veelheid aan personen door een gebeurtenis of gelijksoortige gebeurtenissen is benadeeld, kan, voordat een zaak aanhangig is, de rechtbank, teneinde een overeenkomst, bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, te beproeven, op verzoek van een stichting of vereniging, bedoeld in artikel 907, derde lid, onderdeel f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van de persoon of personen die voor deze gebeurtenis of gebeurtenissen verantwoordelijk worden gehouden, dan wel op verzoek van een van hen, een verschijning ter zitting van deze partijen bevelen.

  2. 2

    Het verzoekschrift vermeldt: a.de naam en woonplaats van de verzoeker of verzoekers; b.de naam en woonplaats van de in het eerste lid bedoelde partijen waarvan verschijning wordt verzocht; c.een omschrijving van de gebeurtenis of gebeurtenissen waarop het verzoek betrekking heeft; d.een omschrijving van het geschil of de geschillen die partijen verdeeld houdt; e.een omschrijving van het verzoek.

  3. 3

    Indien de rechter het verzoek toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop de verschijning zal plaatsvinden. Verzoekers en andere partijen, die daartoe zijn opgeroepen, zijn verplicht te verschijnen. Indien een verzoeker of partij als bedoeld in de tweede zin niet verschijnt, kan zij worden veroordeeld tot vergoeding van de vergeefs aangewende kosten van degenen die wel zijn verschenen.

  4. 4

    Bij een verschijning ter zitting kan besproken worden hoe verzoekers en de opgeroepen partijen de totstandkoming van een in het eerste lid bedoelde overeenkomst zullen trachten te bereiken. Ook kan een andere wijze van beëindiging van geschillen ter zake van de in het eerste lid bedoelde gebeurtenis of gebeurtenissen worden besproken. Artikel 199, derde lid, is van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:224Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:1681Rechtbank Amsterdam, 29 maart 2018 (civiel recht)

    Verzoek tot het houden van een preprocessuele comparitie (artikel 1018a Rv) afgewezen

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:1682Rechtbank Amsterdam, 29 maart 2018 (civiel recht)

    Artikel 1018a Rv. Verzoek tot het houden van een preprocessuele comparitie afgewezen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2031Gerechtshof Den Haag, 12 juli 2016 (civiel recht)

    art. 1018a Rv.; preprocessule comparitie van partijen; geen onderhandelingsbereidheid

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:11469Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2015 (civiel recht)

    Artikel 1018a Rv. Afwijzing verzoek strekkende tot preprocessuele comparitie van partijen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.