Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 397 Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De eiser of verzoeker dient de procesinleiding langs elektronische weg in bij de Hoge Raad. Partijen dienen gedurende de procedure ook overige stukken langs elektronische weg in. Anderen dan partijen, die bij de procedure worden betrokken, dienen stukken langs elektronische weg in, tenzij de wet of de Hoge Raad anders bepaalt.

  2. 2

    Waar dit wetboek voorschrijft dat handelingen schriftelijk geschieden, worden deze handelingen in cassatie langs elektronische weg verricht, tenzij de wet of de Hoge Raad anders bepaalt.

  3. 3

    Waar dit wetboek ondertekening voorschrijft, is in cassatie tevens aan dit vereiste voldaan indien het stuk is ondertekend met een elektronische handtekening die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen. Een stuk dat langs elektronische weg is ingediend in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de Hoge Raad geldt als ondertekend.

  4. 4

    Indien niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit dit artikel of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 33, stelt de Hoge Raad de desbetreffende partij in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door hem te bepalen termijn. Maakt de eiser of verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan verklaart de Hoge Raad eiser of verzoeker niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie dan wel kan de Hoge Raad het stuk buiten beschouwing laten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1496Hoge Raad, 18 september 2026 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Geen advocaat bij Hoge Raad aangewezen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1725Hoge Raad, 21 november 2025 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Art. 397 lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij Hoge Raad aangewezen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1061Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Procesinleiding niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad (art. 426a lid 1 Rv) en niet via het portaal ingediend (art. 397 Rv). Niet-ontvankelijkheid.

  • ECLI:NL:PHR:2025:981Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Cassatieprocesrecht. Incidentele vordering tot weigering van stukken omdat deze geen stukken van het geding zijn in de zin van art. 419 lid 2 Rv. Oneigenlijke beïnvloeding cassatierechter?

  • ECLI:NL:PHR:2024:865Parket bij de Hoge Raad, 2 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep in civiele procedure tegen Ontvanger niet op voorgeschreven wijze ingesteld. Griffie Hoge Raad heeft verzoekster, conform haar wens, toegelaten te procederen alsof…

  • ECLI:NL:PHR:2024:866Parket bij de Hoge Raad, 2 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep in civiele procedure tegen Ontvanger niet op voorgeschreven wijze ingesteld. Griffie Hoge Raad heeft verzoeker, conform zijn wens, toegelaten te procederen alsof…

  • ECLI:NL:PHR:2024:200Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Schadebegroting. Kansschade door hof toegewezen na onrechtmatig verwerven van tender. Verwijzingsplicht rechter na afwijzing van (heropenings)verzoek om stukken in het geding te brengen…

  • ECLI:NL:HR:2024:245Hoge Raad, 16 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet getekend door advocaat bij Hoge Raad.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.