Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 127a Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De rechter houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.

  2. 2

    Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.

  3. 3

    De rechter laat het eerste en tweede lid, eerste volzin, geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  4. 4

    Tegen beslissingen ingevolge het tweede en derde lid staat geen hogere voorziening open.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:673Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:903Parket bij de Hoge Raad, 13 oktober 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Is het hof buiten het toepassingsgebied van art. 332 lid 1 Rv getreden, door de beslissing tot niet ontvankelijk verklaren niet direct na het aanbrengen van de zaak te nemen, maar pas na…

  • ECLI:NL:PHR:2023:300Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2023 (civiel recht)

    Stuiting van de verjaring. Schending hoor en wederhoor (art. 19 Rv). Samenhang met zaak 22/00272.

  • ECLI:NL:PHR:2023:301Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2023 (civiel recht)

    Verjaring van rechtsvordering tot ontbinding. Lange verjaringstermijn van art. 3:311 lid 1 BW. Overeenkomstige toepassing van de leer van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5307Rechtbank Midden-Nederland, 29 juli 2026 (civiel recht)

    partijen (bv's van ex-echtgenoten) hebben een afspraak dat loon voor verleende diensten wordt verrekend met gebruikersvergoeding voor een auto. vorderingen over en weer grotendeels afgewezen

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1581Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 juni 2026 (burgerlijk procesrecht)

    geen griffierecht betaald, artikel 127 lid 3 Rv

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5268Rechtbank Gelderland, 3 juni 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Tussenvonnis voornemen spoorwissel dagvaarding- naar verzoekschriftprocedure en verwijzen naar handel

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:8493Rechtbank Noord-Holland, 27 mei 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Ontslag van instantie gedaagden, omdat eisers het griffierecht niet tijdig hebben betaald. Dat eisers een betalingsherinnering hebben ontvangen voor het betalen van het griffierecht doet er niet aan…

244 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.