Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 43 Rv

Geldt sinds 1 september 2008

  1. 1

    Wanneer het openbaar ministerie als partij optreedt, geschieden de inleiding en de behandeling van de zaak volgens de gewone regels, voor zover daarvan in dit artikel niet is afgeweken.

  2. 2

    Het openbaar ministerie kan in rechte optreden zonder advocaat. In cassatie is echter vertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad vereist.

  3. 3

    Hoger beroep en cassatie worden ingesteld door en tegen de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de beslissing waarvan beroep heeft genomen. Bij de verdere behandeling in hoger beroep treedt echter voor deze in de plaats de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het college dat het hoger beroep behandelt. Bij de verdere behandeling in cassatie blijft als partij optreden de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de beslissing waarvan beroep heeft genomen.

  4. 4

    Een beslissing omtrent de kosten wordt ten aanzien van het openbaar ministerie genomen ten name van de Staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:736Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. ICT-problemen bij het OM. Verzoekschrift is niet ondertekend (art. 6:1 lid 10 Wvggz in verbinding met art. 278 lid 3 Rv). Veilig Mailen. Niet-ontvankelijkheid wegens…

  • ECLI:NL:PHR:2026:738Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Voortzetting crisismaatregel. ICT-problemen bij het OM. Verzoekschrift is niet ondertekend (art. 6:1 lid 10 Wvggz in verbinding met art. 278 lid 3 Rv). Veilig Mailen. Niet-ontvankelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2021:144Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2021 (civiel recht)

    Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BU9885Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2012 (civiel recht)

    Art. 81 RO. Verzoek tot ondercuratelestelling; art. 1:378 lid 1, onder a, BW.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1171Gerechtshof Amsterdam, 21 april 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot verbodenverklaring en ontbinding stichting. Vermoeden van strijd met de openbare orde weerlegd. Te betrachten terughoudendheid in het licht van artikel 8 Grondwet en artikel 11 EVRM.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1052Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 april 2025 (verbintenissenrecht)

    hoger beroep kort geding. Mondelinge opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer duidelijk en ondubbelzinnig? Instemming met de opzegging door de werkgever is, als de werknemer niet aan de opzegging…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1395Gerechtshof Amsterdam, 20 juni 2023 (civiel recht)

    Ontslag bestuurder stichting op de voet van artikel 2:298 BW. Nasleep zogenoemde mondkapjesdeal. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank houdende ontslag van betrokkene als bestuurder van…

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:1739Rechtbank Overijssel, 10 mei 2023 (civiel recht)

    Kort geding, opheffing beslag. Eiseres in kort geding heeft een verstekvonnis in een bodemprocedure tegen gedaagde ten uitvoer gelegd. Gedaagde is tegen het verstekvonnis in verzet gegaan, en heeft…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.