Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1074 Rv

Onbevoegdheid rechter bij arbitrage buiten Nederland redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

De rechter in Nederland bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten en waaruit voortvloeit dat arbitrage buiten Nederland moet plaatsvinden, verklaart zich onbevoegd, indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is onder het op die overeenkomst toepasselijke recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:553Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Arbitrage. Overgangsrecht (art. IV Wet modernisering Arbitragerecht, Stb. 2014, 200). Erkenning en tenuitvoerlegging arbitrale beslissing op voet art. 1075 Rv; vóór 1 januari 2015 (datum…

  • ECLI:NL:PHR:2018:263Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2018 (civiel recht)

    Procesrecht. Arbitrage. Verzoek tot vernietiging arbitraal vonnis wegens gestelde partijdigheid arbiter. Ontvankelijkheid. Termijnen van art. 1064 lid 3 (oud) Rv. Kan na afloop van eerste termijn…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BN8533Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2010 (civiel recht)

    Procesrecht; arbitragebeding; (resterende) rechtsmacht Nederlandse rechter; artt. 22 EEX-Vo en 2:15 lid 3 BW. Opvatting dat de exclusieve bevoegdheid van de overheidsrechter met betrekking tot de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1982Gerechtshof Den Haag, 23 juni 2026 (civiel recht)

    Incident ex artikel 217 Rv. Beleggers willen zich voegen aan de zijde van de Stichting. Beleggers behoren niet tot de groep beleggers waarvoor de Stichting opkomt, omdat in de arbitrageprocedures die…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7034Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2026 (internationaal privaatrecht)

    Kort geding. Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat partijen een geldig arbitragebeding zijn overeengekomen en de (buitenlandse) arbitrageprocedure al loopt.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3721Rechtbank Amsterdam, 8 april 2026 (internationaal privaatrecht)

    Bevoegdheidsincident op grond van artikel 1074 Rv. Eiser in het incident beroept zich op het arbitragebeding in de overeenkomst tussen haar (indirecte) moedervennootschap en verweerder. Dit beding…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:432Gerechtshof Amsterdam, 17 februari 2026 (civiel recht)

    Group DF stelt dat geïntimeerden tezamen jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld en vordert hoofdelijke veroordeling van alle geïntimeerden tot betaling van ruim $ 500.000 aan schadevergoeding. Op…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1408Rechtbank Amsterdam, 4 februari 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Incident. Bevoegdheid en zekerheidstelling proceskosten. Het beroep op een arbitrageovereenkomst slaagt niet. Bevoegdheid rechtbank op grond van artikel 25 en artikel 4 Brussel I-bis jo artikel 99…

64 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.