Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 402 Rv

Termijn voor beroep in cassatie redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    Het beroep in cassatie moet - behoudens in de gevallen waarin de wet een kortere cassatietermijn voorschrijft - worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak.

  2. 2

    In de gevallen, waarin de wet voor het hoger beroep een kortere termijn heeft voorgeschreven, wordt ook de termijn voor het beroep in cassatie verkort en gesteld op het dubbele van de termijn in die gevallen voor het hoger beroep bepaald.

  3. 3

    Indien in de vorige instantie een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het beroep in cassatie daarvan open tot het moment dat in de hoofdzaak in cassatie het verweerschrift is ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:640Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (internationaal privaatrecht)

    Overheidsprivaatrecht. IPR. Zorgplicht ex art. 7:658 lid 4 BW. Rechtsmacht ex art. 1 EVRM. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Art. 4:84 Awb. Werknemers van Afghaans beveiligingsbedrijf dat…

  • ECLI:NL:PHR:2024:865Parket bij de Hoge Raad, 2 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep in civiele procedure tegen Ontvanger niet op voorgeschreven wijze ingesteld. Griffie Hoge Raad heeft verzoekster, conform haar wens, toegelaten te procederen alsof…

  • ECLI:NL:PHR:2024:866Parket bij de Hoge Raad, 2 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep in civiele procedure tegen Ontvanger niet op voorgeschreven wijze ingesteld. Griffie Hoge Raad heeft verzoeker, conform zijn wens, toegelaten te procederen alsof…

  • ECLI:NL:PHR:2021:810Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Insolventierecht. Schuldsanering. Beschikking rechtbank op grond van art. 315 Fw. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 360 Fw. Termijn cassatieberoep.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1655Gerechtshof Amsterdam, 1 juli 2025 (civiel recht)

    Klacht tegen een notaris. Beslag op derdenrekening (voorganger) notaris. Onduidelijk aan wie bedrag op derdenrekening toehoorde, dus (voorganger) notaris keerde niet uit. Na ontvangst van een externe…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:4130Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2024 (civiel recht)

    Schorsing uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak en voorwaarde bankgarantie. Standaardbankgarantie voor conservatoir beslag en niet voor executoriaal beslag. Aanpassing/verduidelijking…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:2413Gerechtshof Amsterdam, 23 augustus 2022 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Afschaffing jubileumregeling. Gerechtelijke erkentenis van de toepasselijkheid van de Arbeidsvoorwaardengids. Van nawerking van de [appellante]-cao is geen sprake. Het belang van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:4346Rechtbank Amsterdam, 2 september 2020 (civiel recht)

    Executiegeschil. Schorsing van door het hof toegewezen ontruiming in een kortgedingprocedure, totdat daarover in de bodemprocedure is beslist. Belangenafweging en primaat bodemprocedure.

187 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.