Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 270 Rv

Geldt sinds 15 oktober 2005

  1. 1

    Indien de rechter, zonodig ambtshalve, beslist dat niet hij, maar een andere rechter van gelijke rang bevoegd is, verwijst hij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, naar die andere rechter. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie de zaak is verwezen. Verwijzing als bedoeld in dit lid vindt niet plaats indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen.

  2. 2

    In zaken met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed en ontbinding van een geregistreerd partnerschap en daarmee verband houdende verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening of een nevenvoorziening, vindt een verwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts plaats indien de andere echtgenoot of geregistreerde partner de bevoegdheid betwist.

  3. 3

    Tegen de beslissing waarbij een betwisting van bevoegdheid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:854Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Appeldagvaarding na uitbrengen toegezonden aan verkeerd hof. Vervolgens geen tijdig herstel overeenkomstig art. 125 lid 5 Rv. Doorzendplicht verkeerde hof en inschrijfplicht juiste hof?…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1033Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2023 (civiel recht)

    Caribische zaak. Kort geding. Mag een journalist publiceren dat sprake is van illegale sublicentiëring (voor het exploiteren van buitengaatse hazardspelen) door een ‘masterlicentiehouder’? Afweging…

  • ECLI:NL:HR:2023:316Hoge Raad, 24 februari 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Wvggz. Procesrecht. Verzoek zorgmachtiging. Relatieve bevoegdheid ex art. 1:6 lid 1 Wvggz; mogelijkheid om te verwijzen naar andere rechtbank. Oproeping betrokkene. Duur zorgmachtiging, art. 6:5…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1085Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2022 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Procesrecht. Heeft rechtbank zorgmachtiging voor twee weken kunnen verlenen hoewel betrokkene niet is opgeroepen voor verhoor en rechtbank in dezelfde beschikking zich relatief onbevoegd heeft…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14742Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Verzoekschrift vernietiging ontslag. Relatieve onbevoegdheid. Verwijzing.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13338Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Tussenbeschikking. Relatieve bevoegdheid. Plaats waar arbeid gewoonlijk werd verricht.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13936Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026 (personen- en familierecht)

    Handlichtingsverzoek minderjarige om diverse bevoegdheden van een meerderjarige uit te kunnen oefenen toegewezen

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29768Rechtbank Den Haag, 8 september 2026 (personen- en familierecht)

    verwijzing zaken naar rechtbank Noord-Holland ivm relatieve competentie.

240 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.