Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 475d Rv

Geldt sinds 1 januari 2022

  1. 1

    Voor de vaststelling van de beslagvrije voet wordt gebruik gemaakt van het belastbaar inkomen van de schuldenaar en, indien de schuldenaar gehuwd is, de echtgenoot. De hoogte van het belastbaar inkomen wordt berekend op basis van het meest recente maandinkomen zoals dat blijkt uit de polisadministratie, tenzij dit maandinkomen geen reële afspiegeling vormt van het belastbaar inkomen omdat het maandinkomen fluctueert of er sprake is van een incidentele betaling. Of het meest recente maandinkomen een reële afspiegeling van het belastbaar inkomen vormt, wordt beoordeeld aan de hand van in de polisadministratie opgenomen gegevens over de vier meest recente maanden gerekend vanaf het moment van verstrekking, bedoeld in artikel 475ga, eerste lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop in het geval dat het meest recente maandinkomen geen reële afspiegeling van het belastbaar inkomen vormt, het belastbaar inkomen wordt berekend.

  2. 2

    De vaststelling van de beslagvrije voet geldt voor de duur van twaalf maanden. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor bepaalde categorieën periodieke betalingen een kortere termijn worden bepaald.

  3. 3

    De deurwaarder of, in geval van samenloop van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder, stelt de beslagvrije voet opnieuw vast, indien: a.de termijn, bedoeld in het tweede lid, verstrijkt; b.hij met redenen omkleed wordt geïnformeerd over een structurele wijziging van omstandigheden die van belang is voor de vaststelling van de beslagvrije voet.

  4. 4

    De deurwaarder of, in geval van samenloop van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder, is bevoegd de beslagvrije voet opnieuw vast te stellen indien hij op andere wijze dan bedoeld in het derde lid, onderdeel b, bekend raakt met feiten of omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de beslagvrije voet.

  5. 5

    Indien toepassing van het derde of vierde lid leidt tot een verhoging van de beslagvrije voet, past de deurwaarder of, in geval van samenloop van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder, deze verhoging onverwijld toe vanaf het moment dat de verplichting tot het opnieuw vaststellen van de beslagvrije voet is ontstaan, onderscheidenlijk vanaf het moment dat hij bekend is geraakt met de feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de hoogte van de beslagvrije voet.

  6. 6

    De beslagvrije voet wordt vastgesteld op basis van maandbedragen.

  7. 7

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing bij opgave van de beslagvrije voet op de wijze, bedoeld in artikel 475dc, tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1553Hoge Raad, 25 oktober 2024 (civiel recht)

    Onderbewindstelling. Art. 1:441 BW. WSNP. Behoort het tot taak van beschermingsbewindvoerder om namens rechthebbende toelating tot schuldsaneringsregeling te verzoeken?

  • ECLI:NL:PHR:2024:594Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (insolventierecht)

    WSNP. Volgens HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV4010, kan de beschermingsbewindvoerder geen verzoek doen tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op de rechthebbende. Is dit anders geworden door…

  • ECLI:NL:PHR:2023:877Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Kinderalimentatie; draagkracht; schulden en aflossingen; schuldhulpverleningstraject.

  • ECLI:NL:PHR:2023:470Parket bij de Hoge Raad, 3 mei 2023 (personen- en familierecht)

    Cassatie in belang der wet: mag de rechter in omgangszaken ex art. 1:377a BW ambtshalve een dwangsom opleggen?

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4520Rechtbank Midden-Nederland, 20 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Geen aanleiding voor het oordeel dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1845Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 februari 2026 (civiel recht)

    Wijziging zorgregeling en kinderalimentatie. Man failliet verklaard. VTLB. Wet preferentie kinderalimentatie.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1291Centrale Raad van Beroep, 20 augustus 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering WW en ZW-uitkering op de grond dat appellant na herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht loon heeft ontvangen over dezelfde periode, terecht. De Raad…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:28192Rechtbank Den Haag, 28 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Met directe uitbetaling per maand van een gedeelte van het vakantiegeld wordt niet afgeweken van de wettelijke systematiek.

601 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.