Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 997 Rv

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Het verzet van een schuldeiser onderscheidenlijk een wederpartij overeenkomstig de artikelen 100 lid 3, 182 lid 3, 316 lid 2, 334l, of 404 lid 5 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt door de rechter met de meeste spoed behandeld. Indien verschillende verzoeken zijn ingediend, wordt op alle tezamen beschikt.

  2. 2

    Van de dag waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden, wordt door de griffier aankondiging gedaan in de Nederlandse Staatscourant en in een landelijk verspreid dagblad.

  3. 3

    Voorts geeft de griffier kennis aan het kantoor van het handelsregister, waar de vennootschap is ingeschreven.

  4. 4

    De rechtbank hoort de schuldeisers onderscheidenlijk de wederpartijen die zijn verschenen.

  5. 5

    Hoger beroep moet binnen drie weken na de dagtekening van de eindbeschikking worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. De voorgaande leden vinden in hoger beroep overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:546Hoge Raad, 31 maart 2017 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Intrekking door SNS Bank en SNS Reaal van afgegeven art. 2:403 BW-verklaringen; verzet van schuldeisers daartegen (art. 2:404 BW). Maatstaf voor de beoordeling van het verzet…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1326Parket bij de Hoge Raad, 16 december 2016 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Intrekking door SNS Bank en SNS Reaal van afgegeven art. 2:403 BW-verklaringen; verzet van schuldeisers daartegen (art. 2:404 BW). Maatstaf voor de beoordeling van het verzet…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AU4621Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2005 (ondernemingsrecht)

    Enquêterecht; gefailleerde rechtspersoon; zijn de kosten van onderzoek boedelschuld?, verzoek tot zekerheidstelling door de curator, bevoegdheid van de ondernemingskamer, ontvankelijkheid.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE4663Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2002 (ondernemingsrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBROT:2009:BI1676Rechtbank Rotterdam, 16 april 2009 (civiel recht)

    Art. 2:403 e.v. BW. Intrekking vergeten 403-verklaring. Verzet tegen het voornemen tot beëindiging overblijvende aansprakelijkheid. Noch onbekendheid met aanvankelijk bestaan van de groepsband, noch…

  • ECLI:NL:RBAMS:2005:AS3078Rechtbank Amsterdam, 17 januari 2005 (civiel recht)

    De rechtbank in Amsterdam heeft het verzet tegen de juridische fusie van Joodse stichtingen en verenigingen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6909Rechtbank Amsterdam, 4 april 2003 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.