Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6545Zaaknummer 200.371.022/01

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
200.371.022/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 1: 431 lid 1 BW. Afwijzen verzoek van betrokkene zelf tot onderbewindstelling. Regeling levenstestament volstaat.

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 16 april 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. F. van der Meulen, J.G. Knot en F. Menso, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De feiten
  4. 4 De omvang van het geschil
  5. 5 De motivering van de beslissing
  6. 6 De slotsom
  7. 7 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.371.022/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2604327)

beschikking van 13 oktober 2026

inzake

[verzoekster] ( [verzoekster] ), en

[verzoeker] ( [verzoeker])

beiden wonende te [woonplaats1] ,verzoekers in hoger beroep,

advocaat: mr. F. Hofstra te Leeuwarden,

en

[verweerster1] ( [verweerster1] ),

wonende te [woonplaats2],

[verweerster2] ( [verweerster2] ),

wonende te [woonplaats1], en

[verweerder3] ( [verweerder3] ),

wonende te [woonplaats3],

verweerders in hoger beroep,

advocaat: mr. C.E. van der Wijk te Groningen.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende] ( [belanghebbende] ),

wonende te [woonplaats4].

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 16 april 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 30 juni 2026;

- een journaalbericht namens [verzoekster] en [verzoeker] van 14 juli 2026;

- een journaalbericht namens [verzoekster] en [verzoeker] van 27 juli 2026 met bijlage(n);

- het verweerschrift met bijlage(n);

- een journaalbericht namens [verzoekster] en [verzoeker] van 9 september 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] van 10 september 2026 met bijlage(n).

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 16 september 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren [verzoekster], bijgestaan door haar advocaat, [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3], bijgestaan door hun advocaat, en [naam1] (van Unyk Financieel Beheer B.V.) als informant.

3 De feiten

3.1

Bij levenstestament, opgemaakt op 3 januari 2024, zijn [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3], kinderen van [verzoekster], (algeheel) gevolmachtigd om namens [verzoekster] haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

De volmacht is direct na het ondertekenen van de akte ingegaan.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 20 februari 2026, heeft [verzoekster] een verzoek tot onderbewindstelling gedaan.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot onderbewindstelling afgewezen.

4.2

[verzoekster] en [verzoeker] zijn in hoger beroep gekomen van de beschikking van

16 april 2026. Zij verzoeken het hof om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat het hof alsnog beslist om

[naam1] te benoemen als bewindvoerder ten behoeve van [verzoekster].

4.3

[verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] voeren verweer en zij verzoeken het hof:

I. [verzoekster] en [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in hun hoger

beroep voor zover dit namens [verzoekster] is ingesteld, dan wel -als het hof niet

aan niet-ontvankelijkheid toekomt- [verzoekster] op de voet van artikel 809 lid 2

Rv afzonderlijk te horen, buiten aanwezigheid van zowel haar kinderen als

[verzoeker], om de actuele, vrije wil van [verzoekster] vast te stellen;

II. het hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren:

a. voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. voor een bepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.

5.2

[verzoekster] heeft begin 2024 in haar levenstestament een algehele volmacht gegeven aan haar kinderen [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] om, voor zover in deze procedure van belang, haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Onder VII. van het levenstestament is opgenomen dat de volmacht erop is gericht geen bewind te hoeven aanvragen.

[verzoekster] heeft hierbij de uitdrukkelijke voorkeur uitgesproken dat, als de rechter desondanks toch een bewind instelt, één van de gevolmachtigden als bewindvoerder wordt benoemd. [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] hebben op grond van die algehele volmacht verschillende financiële zaken voor [verzoekster] geregeld, zoals de (verdere) afwikkeling van de nalatenschap van hun vader.

5.3

In hoger beroep verzoeken [verzoekster] en [verzoeker] om, in afwijking van wat er in het levenstestament is bepaald, ten behoeve van [verzoekster] een bewind in te stellen en een onafhankelijke bewindvoerder te benoemen. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoekster] zelf niet in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen, maar zij verschillen van mening over de vraag of er een bewind voor [verzoekster] met worden ingesteld. Beschermingsmaatregelen moeten voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het hof moet dan ook afwegen of een bewind, als een ultimum remedium, noodzakelijk is of dat de regeling in het levenstestament volstaat.

5.4

Het hof is van oordeel dat de minder ingrijpende maatregel, namelijk de regeling in het levenstestament waarbij [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] als gevolmachtigden van [verzoekster] kunnen optreden, haar (financiële) belangen voldoende beschermt. Uit de inhoud van de stukken en wat tijdens de zitting bij het hof is besproken is niet gebleken dat de gevolmachtigden hun uit het levenstestament voortvloeiende bevoegdheden misbruiken. Dat sprake zou zijn (geweest) van financieel wanbeheer, in evenmin komen vast te staan.

5.5

Gelet op het vorenstaande, acht het hof de regeling uit het levenstestament van [verzoekster] een met voldoende waarborgen omklede beschermende maatregel, zodat niet hoeft te worden teruggevallen op de wettelijke beschermingsmaatregel van het bewind.

5.6

Het hof merkt ten overvloede nog het volgende op.

[verzoekster] heeft steeds, ook nog ter zitting bij het hof, waar zij buiten aanwezigheid van de andere procespartijen is gehoord, wisselend verklaard over de vraag wie haar financiële zaken zou moeten behartigen. De ene keer verklaart [verzoekster] dat haar kinderen dit moeten blijven doen en op een ander moment wil zij dat er een neutrale bewindvoerder wordt aangesteld. Als [verzoekster] niet (langer) wil dat [verweerster1], [verweerster2] en [verweerder3] haar financiële zaken behartigen, dan is de aangewezen weg om het levenstestament bij de notaris te wijzigen of te herroepen. Dat heeft zij tot op heden niet gedaan. Tijdens haar verblijf in een revalidatiekliniek van eind december 2024 tot eind februari 2025, is [verzoekster] onderzocht door een geriater en later (maart 2026) door een specialist ouderengeneeskunde. Daarbij is geconstateerd dat [verzoekster] cognitieve problemen heeft en de gevolgen van haar keuzes niet meer goed overziet. In het kader van de eventuele aanpassing van het levenstestament, zal de notaris moeten (laten) beoordelen of de cognitieve vermogens van [verzoekster] hiertoe nog toereikend zijn.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 16 april 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. F. van der Meulen, J.G. Knot en F. Menso, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.