Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:10287Zaaknummer C/13/791531 / HA RK 26-275

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22 oktober 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/13/791531 / HA RK 26-275
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigen verhoor nadat een deelgeschilbeschikking is gewezen waarin is beslist over de aansprakelijkheid voor een verkeersongeval. Rechtbank niet bevoegd. Artikel 197 lid 1 Rv moet in een geval als hier aan de orde zo worden uitgelegd dat het gerechtshof de bevoegde rechter zal zijn om te oordelen over een aanhangig te maken bodemprocedure. Beslissing over de proceskosten aangehouden zodat het gerechtshof daarop kan beslissen na inhoudelijke behandeling van het verzoek.

De rechtbank

5.1.

verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen;

5.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof te Amsterdam;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan;

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.C. van Harmelen en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer / rekestnummer: C/13/791531 / HA RK 26-275

Beschikking van 22 oktober 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EURO INSURANCES DAC,

te Dublin (Ierland),verzoekende partij, vertegenwoordigd door ACCIDENT MANAGEMENT SERVICES (AMS) B.V.,

te Amsterdam,

hierna te noemen: Euro Insurances,

advocaat: mr. I.K. Verhoeks,

tegen

[verweerder],

te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

advocaat: mr. I.S. El Boutaibi.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor;

- de beschikking van 10 september 2026 waarbij bepaald is dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden;- e-mail van 28 september 2026 van de rechtbank aan de raadslieden van partijen;- e-mail van 30 september 2026 van [verweerder] ;- e-mail van 1 oktober 2026 van Euro Insurances;- e-mail van 7 oktober 2026 van de rechtbank aan de raadslieden van partijen waarin is medegedeeld dat gelet op de e-mails van de raadslieden van partijen de mondelinge behandeling geen doorgang zal vinden;- e-mail van 19 oktober 2026 van Euro Insurances waarin verzocht wordt om een beschikking te wijzen.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Tijdens de jaarwisseling, op 1 januari 2025, vond om ongeveer 00:16 uur een aanrijding plaats tussen een motorfiets, bestuurd door een politieagent en een voetganger, [verweerder]. Het ongeval gebeurde ter hoogte van de [locatie].

2.2.

Euro Insurances is de WAM-verzekeraar van de motorfiets. Accident Management Services B.V. wikkelt voor Euro Insurances de schade in Nederland af.

2.3.

[verweerder] heeft als gevolg van het ongeval letsel opgelopen. [verweerder] heeft Euro Insurances aansprakelijk gesteld voor de schade die hij als gevolg van het ongeval lijdt. Euro Insurances heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval afgewezen.

2.4.

[verweerder] heeft in een deelgeschilprocedure bij deze rechtbank onder meer verzocht te bepalen dat Euro Insurances volledig aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval. In een beschikking van 9 april 2026 heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Euro Insurances gehouden is 60% van de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het verkeersongeval als WAM-verzekeraar aan [verweerder] te vergoeden.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Euro Insurances heeft de rechtbank verzocht om een getuigenverhoor te bevelen.

3.2.

Aan het verzoek heeft Euro Insurances het volgende ten grondslag gelegd. Euro Insurances overweegt verdere rechtsmaatregelen om – naar de rechtbank begrijpt – alsnog in rechte vastgesteld te zien worden dat zij niet aansprakelijk is voor het ongeval. Met het oog op die rechtsmaatregelen en vooruitlopend daarop wenst Euro Insurances in een voorlopig getuigenverhoor bewijs te verzamelen over de toedracht van het ongeval.

4 De beoordeling

4.1.

Voorop staat dat een verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor moet worden toegewezen tenzij de rechtbank van oordeel is dat, voor zover in deze zaak van belang, zij niet bevoegd is.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is om op het verzoek te beslissen. Voor die beslissing is het volgende redengevend.

4.3.

[verweerder] heeft in het deelgeschil verzocht te bepalen dat Euro Insurances volledig aansprakelijk is voor het ongeval en dat zij gehouden is tot volledige vergoeding van de als gevolg van dit ongeval ontstane schade. In de deelgeschilbeschikking van 10 september 2026 heeft de rechtbank het beroep van Euro Insurances op overmacht afgewezen. Vanwege eigen schuld van [verweerder] aan het ontstaan van het ongeval heeft de rechtbank in die beschikking de vergoedingsplicht van Euro Insurances vastgesteld op 60% en het beroep van [verweerder] op de billijkheidscorrectie afgewezen. De beslissing van de rechtbank in het deelgeschil over de omvang van de aansprakelijkheid van Euro Insurances heeft in een nog bij de rechtbank aanhangig te maken bodemprocedure het karakter van een bindende eindbeslissing.

4.4.

Euro Insurances, die het niet eens is met de deelgeschilbeschikking en zich daar niet bij kan of wil neerleggen, heeft verschillende mogelijkheden om tegen de deelgeschilbeschikking op te komen. Zij kan door een dagvaarding uit te brengen een bodemprocedure bij de rechtbank aanhangig maken en de rechtbank verlof vragen om tussentijds hoger beroep in te mogen stellen tegen de deelgeschilbeschikking. Ook kan de door Euro Insurances aanhangig te maken bodemprocedure in eerste aanleg worden uitgeprocedeerd, waarna hoger beroep kan worden ingesteld. In dat hoger beroep kan ook de deelgeschilbeschikking worden betrokken. Op dit moment heeft echter te gelden dat de rechtbank als oordeel heeft gegeven dat Euro Insurances voor 60% aansprakelijk is voor het ongeval.

Tussentijds hoger beroep

4.5.

Euro Insurances heeft nog geen bodemprocedure bij de rechtbank aanhangig gemaakt. Mocht zij dat doen en desgevraagd vervolgens verlof krijgen om tussentijds hoger beroep te mogen instellen tegen de deelgeschilbeschikking, dan wordt de zaak bij het gerechtshof aanhangig.

Hoger beroep na het eindvonnis in eerste aanleg 4.6. In het geval Euro Insurances ervoor zou kiezen een bodemprocedure bij de rechtbank aanhangig te maken, die procedure eerst uit te procederen en de deelgeschilbeschikking daarna in hoger beroep aan de orde te stellen, geldt het volgende.

4.7.

Niet gesteld of gebleken is dat Euro Insurances in die bij de rechtbank te voeren bodemprocedure voor het voetlicht wenst te brengen dat in de deelgeschilbeschikking sprake is van (een) feitelijke of juridische misslag(en) die de rechtbank nopen om in die bodemprocedure terug te komen van haar oordeel en beslissing in de deelgeschilbeschikking over de aansprakelijkheid van Euro Insurances. Dat betekent dat geen aanleiding bestaat om bij de beoordeling van dit verzoek van Euro Insurances te veronderstellen dat zij daarmee beoogt getuigenbewijs te verzamelen aan de hand waarvan zo’n feitelijke of juridische misslag in een bij de rechtbank aanhangig te maken bodemprocedure vastgesteld kan worden.

Slotsom

4.8.

De rechtbank zal in een door Euro Insurances aanhangig te maken bodemprocedure gebonden zijn aan hetgeen in de deelgeschilbeschikking is beslist over de aansprakelijkheid van Euro Insurances. De rechtsmaatregelen die Euro Insurances beoogt daartegen te ondernemen zullen zich inhoudelijk voltrekken en afspelen bij het gerechtshof. Artikel 197 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat een verzoek als het onderhavige wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt. Die bepaling moet naar het oordeel van de rechtbank aldus worden uitgelegd dat in een situatie zoals hier aan de orde het gerechtshof als die bevoegde rechter moet worden aangemerkt.

4.9.

Dit leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het verzoek van Euro Insurances. De rechtbank verwijst de zaak op grond van artikel 73 Rv. naar het gerechtshof.

4.10.

De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden zodat daarover door het gerechtshof na inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden beslist.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen;

5.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof te Amsterdam;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan;

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.C. van Harmelen en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.