Wet griffierechten burgerlijke zaken

Wgbz

Huidige tekst

Artikel 3 Wgbz

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    In zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, wordt op de eerste roldatum, dan wel in zaken als bedoeld in artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op de eerste zitting, van elke eiser en elke verschenen gedaagde voor iedere instantie een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.

  2. 2

    Voor de indiening van een verzoekschrift of een verweerschrift wordt een griffierecht geheven, voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald.

  3. 3

    De eiser is het griffierecht verschuldigd vanaf de eerste uitroeping van de zaak ter zitting of bij gebreke daarvan vanaf de eerste roldatum en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. De gedaagde is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.

  4. 4

    De verzoeker en de belanghebbende zijn het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift respectievelijk het verweerschrift en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.

  5. 5

    De hoogte van het griffierecht wordt bepaald aan de hand van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.

  6. 6

    In afwijking van het vijfde lid wordt in zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.000.000, het griffierecht geheven uit de naast lagere categorie zoals dat volgt uit de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd indien een natuurlijke persoon bij die zaak partij is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:947Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2025 (ondernemingsrecht)

    Kort geding. Unierecht. Ondernemingsrecht. Herstructurering concern met in kapitaalstructuur gesanctioneerde partijen; reële alternatieven voorhanden?; zorgvuldigheid besluitvorming?…

  • ECLI:NL:HR:2023:1810Hoge Raad, 22 december 2023 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Eigen schuld. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Veroordeling in incidenteel hoger beroep tot betaling van deel van griffierecht mogelijk? Art. 4 Wgbz.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1228Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in…

  • ECLI:NL:PHR:2020:623Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Executoriaal beslag door Ontvanger. Gemotiveerd bezwaarschrift in de zin van art. 25.2.2 Leidraad Invordering 2008. Hoogte griffierecht in hoger beroep.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6245Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 september 2026 (civiel recht)

    Artikelen 3 lid 4 en 29 Wgbz Verzet tegen de beslissing van de griffier tot het heffen van griffierecht. Beroep op betalingsonmacht niet gehonoreerd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5216Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Verzet vaststelling griffierecht. Artikel 29 Wgbz. Uit de dagvaarding in hoger beroep volgt dat [appellanten] wil dat haar vorderingen in conventie alsnog worden toegewezen en de vorderingen in…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1926Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2026 (personen- en familierecht)

    “Opheffing bewind. De wettelijke gronden voor het bewind waren ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig, maar zijn inmiddels niet meer aan de orde”.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:4088Rechtbank Oost-Brabant, 10 juni 2026 (civiel recht)

    Teruggave OB aan fiscale eenheid op bankrekening met positief saldo van aangewezen deelnemer van fiscale eenheid. Kan de bank haar -met pandrecht op vorderingen op derden versterkte- vordering op…

363 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.