Wet griffierechten burgerlijke zaken

Wgbz

Huidige tekst

Artikel 15 Wgbz

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Van partijen die bij dezelfde advocaat of gemachtigde verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, wordt slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht geheven. Hetzelfde geldt voor verzoekers en belanghebbenden die bij dezelfde advocaat of gemachtigde verschijnen en gelijkluidende verzoekschriften of verweerschriften indienen.

  2. 2

    Indien tot partijen of tot verzoekers of belanghebbenden als bedoeld in het eerste lid, zowel natuurlijke personen als niet-natuurlijke personen behoren, wordt het griffierecht geheven dat niet-natuurlijke personen verschuldigd zijn. Behoren tot degenen bedoeld in het eerste lid, zowel onvermogenden als anderen, dan wordt het griffierecht geheven dat deze laatsten verschuldigd zijn.

  3. 3

    In cassatie wordt van eisers, verzoekers, verweerders en belanghebbenden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende procesinleidingen indienen of gelijkluidend verweer voeren, slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht geheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:1014Hoge Raad, 2 juni 2017 (civiel recht)

    Wet griffierechten burgerlijke zaken. Verzet tegen griffierecht (art. 29 Wgbz). Berekening griffierecht in cassatie naar de waarde van de vordering, ook als geen betaling van een geldsom is…

  • ECLI:NL:PHR:2017:287Parket bij de Hoge Raad, 7 april 2017 (civiel recht)

    Wet griffierechten burgerlijke zaken. Verzet tegen griffierecht (art. 29 Wgbz). Berekening griffierecht in cassatie naar de waarde van de vordering, ook als geen betaling van een geldsom is…

  • ECLI:NL:HR:2016:1515Hoge Raad, 8 juli 2016 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Griffierecht ter zake van verzoekschrift tot faillietverklaring van een v.o.f. en van haar vennoten (na HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251). Is het griffierecht…

  • ECLI:NL:PHR:2016:621Parket bij de Hoge Raad, 17 juni 2016 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Griffierecht ter zake van verzoekschrift tot faillietverklaring van een v.o.f. en van haar vennoten (na HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251). Is het griffierecht…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:6259Rechtbank Rotterdam, 7 mei 2026 (civiel recht)

    Verzet tegen in rekening gebrachte griffierechten WHOA gegrond verklaard. Voor verzoekschrift waarin door acht groepsvennootschappen om een afkoelingsperiode en maatwerkvoorzieningen is verzocht…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:2380Rechtbank Limburg, 18 maart 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Vordering in incident tot oproeping van de andere erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv. De rechtbank wijst de vordering in het incident toe omdat er sprake is van een ondeelbare…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3915Rechtbank Noord-Nederland, 26 september 2025 (civiel recht)

    Verzet WGBZ; niet-ontvankelijk i.v.m. niet binnen verzettermijn ingediend; ten overvloede ook inhoudelijk beoordeeld: niet toewijsbaar omdat geen sprake is van gelijkluidende verzoeken bij eenzelfde…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:7937Rechtbank Noord-Holland, 16 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Verzet ex artikel 29 Wgbz. Rechtbank splitst zaak in vier zaken. Verzoekers ten aanzien van verzoek tot ongedaanmaking hiervan niet-ontvankelijk. Verzet ten aanzien van herziening en creditering…

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.