Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:671 BW

Voorwaarden voor opzegging door de werkgever redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2022

  1. 1

    De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij: a.voor de opzegging toestemming is verleend als bedoeld in artikel 671a; b.de opzegging geschiedt gedurende de proeftijd; c.de opzegging geschiedt op grond van artikel 677, lid 1; d.de opzegging een werknemer betreft die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat, waarbij onder het verrichten van diensten mede wordt verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden; e.de opzegging een bestuurder van een rechtspersoon betreft van wie herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet mogelijk is of een bestuurder van een vergelijkbare buitenlandse rechtspersoon; f.de opzegging een werknemer die een geestelijk ambt bekleedt betreft; g.de opzegging geschiedt op grond van artikel 669, lid 4; of h.de opzegging een werknemer betreft, werkzaam bij een bijzondere school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1. van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de reden voor de opzegging is gelegen in handelen of nalaten van de werknemer dat onverenigbaar is met de uit de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag voortvloeiende identiteit van de desbetreffende school of instelling, mits voor de opzegging toestemming is verleend door een van de werkgever onafhankelijke en onpartijdige commissie waarop de regels, bedoeld in artikel 671a, lid 2, onderdelen a tot en met d, van overeenkomstige toepassing zijn.

  2. 2

    De werknemer heeft het recht zijn instemming als bedoeld in lid 1 binnen veertien dagen na de dagtekening ervan zonder opgaaf van redenen door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring te herroepen.

  3. 3

    Indien de werkgever de werknemer niet uiterlijk twee werkdagen na de instemming schriftelijk wijst op het recht, bedoeld in lid 2, bedraagt de termijn, bedoeld in lid 2, drie weken.

  4. 4

    Voor zover op grond van lid 1 de instemming vereist was voor een rechtsgeldige opzegging, wordt na een herroeping als bedoeld in lid 2 de opzegging geacht niet te hebben plaatsgevonden.

  5. 5

    De leden 2 tot en met 4 zijn niet van toepassing, indien de werknemer binnen zes maanden na een herroeping op grond van lid 2 of een ontbinding als bedoeld in artikel 670b, lid 2, opnieuw schriftelijk instemt met de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

  6. 6

    Elk beding waarbij de voorwaarde van de schriftelijke instemming, bedoeld in lid 1, of het recht, bedoeld in lid 2, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:680Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding; billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9, onder c); Ecofys-beschikking; verbetertraject en verbeterplan. Is de intrekkingsmogelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2025:993Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontslagrecht. Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), maatstaf ontbinding ex art. 7:686 jo. 6:265 BW, berekening transitievergoeding en eerder door werknemer beeïndigd dienstverband.

  • ECLI:NL:PHR:2025:356Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Uitzendovereenkomst. Is sprake van misbruik zoals bedoeld in art. 5 lid 5 Richtlijn 2008/104/EG (Uitzendrichtlijn)? Heeft hof toetsingskader uit de arresten JH/KG (HvJEU 14 oktober…

  • ECLI:NL:PHR:2024:900Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Tussentijdse opzegging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door werknemer. Tussentijds opzegbeding? Uitleg cao.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10492Rechtbank Limburg, 8 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Wwz. Werkneemster heeft berust in de beëindiging van het dienstverband. Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd. De verwijten die werkgever maakt aan het adres van werkneemster zijn niet met ter…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9950Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Ontslag op staande voet. Vreemd gedrag van werknemer leidt tot tijdelijke schorsing. Nadat werknemer zijn werkzaamheden heeft hervat ontvangt werkgever e-mails van enkele collega’s waarin zij…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6633Rechtbank Midden-Nederland, 23 september 2026 (arbeidsrecht)

    Ontslag op staande voet houdt stand. Nevenwerkzaamheden niet gemeld en gewerkt voor andere gemeente terwijl werkzaamheden verricht moesten worden voor de eerste gemeente. Geen toekenning gevraagde…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2847Gerechtshof Den Haag, 22 september 2026 (civiel recht)

    ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen, billijk vergoeding, afschrikwekkend effect

1.395 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.