Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:215 BW

Veranderingen en toevoegingen door de huurder redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    De huurder is niet bevoegd de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd.

  2. 2

    Indien het de huur van woonruimte betreft, verleent de verhuurder binnen acht weken de toestemming in ieder geval, indien de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid van het gehuurde niet schaden, dan wel niet leiden tot een waardedaling van het gehuurde.

  3. 3

    Indien de verhuurder de toestemming niet verleent, kan de huurder vorderen dat de rechter hem zal machtigen tot het aanbrengen van de veranderingen. Indien de verhuurder niet tevens de eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter van de zaak is, draagt de verhuurder ervoor zorg dat ook de eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter tijdig in het geding wordt geroepen. Indien op de zaak een hypotheek rust, bestaat deze verplichting tevens ten aanzien van de hypotheekhouder.

  4. 4

    De rechter wijst de vordering in ieder geval toe, indien de verhuurder op grond van lid 2 toestemming had behoren te geven. In andere gevallen wijst hij de vordering slechts toe, indien de veranderingen noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van het gehuurde door de huurder of het woongenot verhogen en geen zwaarwichtige bezwaren aan de zijde van de verhuurder zich tegen het aanbrengen daarvan verzetten.

  5. 5

    De rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen; hij kan op vordering van de verhuurder de huurprijs verhogen, indien de veranderingen daartoe aanleiding geven.

  6. 6

    Van de voorgaande leden kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken, tenzij het de buitenzijde van gehuurde woonruimte betreft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:786Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Boedelschuld. Verplichting tot verwijdering van zaken die tot de boedel behoren. Geldt deze verplichting óók als zaken zijn nagetrokken door de grond van degene die verwijdering…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2003Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2014 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Vordering tot ontbinding, ontruiming en herstel in oude toestand. Toerekening kennis feitelijke toestand gehuurde aan verhuurder. Derogerende werking redelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX9761Parket bij de Hoge Raad, 1 februari 2013 (civiel recht)

    Huur flatwoning. Vordering verhuurder tot verwijdering van door huurder geplaatste schotelantenne. Toewijzing vordering onvoldoende gemotiveerd; beroep huurder op art. 56 VWEU (vrij verkeer van…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BY2583Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2012 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Veroordeling tot verwijdering schotelantenne door huurder.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2694Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    Vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegen weigeren redelijk voorstel door de huurder in hoger beroep alsnog afgewezen. Onvoldoende concreet en gespecificeerd voorstel.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25493Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Huurgeschil. Toewijzing vordering tot verwijdering van geldautomaten uit de pui van het gehuurde en herstel van de pui in oorspronkelijke staat.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:8440Rechtbank Limburg, 19 augustus 2026 (civiel recht)

    Huurrecht. Woonruimte. Teruggave- en opleveringsplicht van de huurder bij het einde van de huurovereenkomst. Geen afdoende beschrijving van het gehuurde in de zin van artikel 7:224 lid 2 BW.…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6443Rechtbank Gelderland, 12 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht. (Toekomstige) vordering tot in goede staat houden van de tuin van het gehuurde op straffe van een dwangsom wordt afgewezen, omdat deze enkel is gekoppeld aan de subjectieve beoordeling van…

196 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.