Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:369 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    Indien de pachter binnen zes weken na de opzegging aan de verpachter bij exploot of aangetekende brief meedeelt zich tegen de opzegging te verzetten met opgave van de redenen waarop hij dit verzet grondt, blijft de opgezegde overeenkomst van kracht, totdat de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verpachter als bedoeld in lid 2. De rechter kan evenwel, indien het verweer van de pachter hem kennelijk ongegrond voorkomt, zijn toewijzend vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

  2. 2

    Indien de pachter zich overeenkomstig het eerste lid tijdig tegen de opzegging heeft verzet, kan de verpachter op de gronden vermeld in de opzegging vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de overeenkomst zal eindigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:674Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Agrarische erfpacht. Fosfaatrechten. Heeft de erfverpachter een aanspraak ter zake van aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten volgens dezelfde uitgangspunten als die in het geval van pacht…

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5346Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Beëindiging pachtovereenkomst. Aanvulling van de bij opzegging vermelde gronden? Art. 7:370 lid 1 aanhef en onder a BW.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5346Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Beëindiging pachtovereenkomst. Aanvulling van de bij opzegging vermelde gronden? Art. 7:370 lid 1 aanhef en onder a BW.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BG3714Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008 (civiel recht)

    Pachtrecht. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep op grond van art. 134 Pachtwet (oud); toepasselijkheid overgangsbepaling van art. 74 Overgangswet NBW; de inwerkingtreding op 1 september 2007 van…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:76Rechtbank Overijssel, 7 januari 2025 (civiel recht)

    Deze zaak gaat onder meer over de vraag of er een einde moet komen aan de pachtovereenkomst tussen eiser (als verpachter) en gedaagde (als pachter). Eiser stelt dat dat het geval is. Hij vordert…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3011Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 februari 2024 (goederenrecht)

    Twee gevoegde zaken. In 'eerste' zaak vordering tot schriftelijke vastlegging van reguliere pachtovereenkomst toegewezen evenals verklaring voor recht dat verpachter toerekenbaar tekort is geschoten…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:107Rechtbank Gelderland, 10 januari 2024 (civiel recht)

    Bevoegdheidsincident. Artikel 1019j Rv. Verwijzing naar de pachtkamer.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:4955Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juni 2023 (verbintenissenrecht)

    Pacht. Verpachter vordert ontbinding pachtovereenkomst wegens tekortkoming pachter in verplichtingen pachtovereenkomst. Verpachter stelt geen bedrijfsmatig gebruik en geen persoonlijk gebruik. Gerede…

54 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.