Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:297 BW

Tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten bij bedrijfsruimte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    De rechter kan in zijn beslissing tot toewijzing van de vordering een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder of aan degene aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten.

  2. 2

    Alvorens een beslissing te geven waarin een bedrag als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld, brengt de rechter zijn voornemen ter kennis van partijen en stelt hij een termijn vast waarbinnen de verhuurder de bevoegdheid heeft de vordering in te trekken.

  3. 3

    Indien de verhuurder binnen deze termijn zijn vordering intrekt, geeft de rechter slechts een beslissing over de proceskosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1290Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Voldaan aan vereisten beëindiging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 sub b BW? Vervolg op HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:494

  • ECLI:NL:PHR:2021:1005Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2021 (civiel recht)

    Dringend eigen gebruik bij verhuur van 290-bedrijfsruimte. Komt de verhuurder die eerder zelf een hotelonderneming heeft gedreven in het nadien door hem verhuurde pand een beroep toe op dringend…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1175Parket bij de Hoge Raad, 11 december 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik; art. 7:296 BW.

  • ECLI:NL:HR:2019:1725Hoge Raad, 8 november 2019 (civiel recht)

    Huurrecht. Huur bedrijfsruimte; art. 7:290 BW. Opzegging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik en belangenafweging; art. 7:296 BW. Is nieuwe huurovereenkomst gesloten waardoor termijnen voor…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4434Rechtbank Noord-Nederland, 13 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Kwalificatie huurovereenkomst onbemand tankstation. Het gehuurde is niet aan te merken als een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a lid 1 BW dan wel artikel 7:290 lid 2, onder a, BW.…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6394Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Kwalificatie huurovereenkomst voor onbemand tankstation. Vervolg op het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 26 november 2024…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:5162Rechtbank Oost-Brabant, 23 juli 2026 (civiel recht)

    Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2025:349 na bewijsopdracht. Vordering tot vaststellen einde huurovereenkomst en ontruiming van verouderde bedrijfsruimte met woonhuis i.v.m. gewenste renovatie met…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8333Rechtbank Amsterdam, 21 juli 2026 (civiel recht)

    Vordering tot ontruiming wegens dringend eigen gebruik wordt toegewezen, aan de belangenafweging wordt niet toegekomen. De verzochte verhuis- en inrichtingskosten worden afgewezen omdat huurder…

174 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.