Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:370 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    De rechter kan de vordering slechts toewijzen op de grond dat: a.de bedrijfsvoering door de pachter niet is geweest zoals een goed pachter betaamt of de pachter anderszins ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen; b.de verpachter aannemelijk maakt dat hij, zijn echtgenoot, zijn geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het verpachte duurzaam in gebruik wil nemen en hij het verpachte daartoe dringend nodig heeft; c.een redelijke afweging van de belangen van de verpachter bij beëindiging van de overeenkomst tegen die van de pachter bij verlenging van de overeenkomst in het voordeel van de verpachter uitvalt; d.de pachter niet toestemt in een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe pachtovereenkomst, voor zover dit aanbod niet een wijziging van de pachtprijs inhoudt; e.aan de gronden voor algehele ontbinding van de pachtovereenkomst krachtens artikel 377 is voldaan.

  2. 2

    Onder duurzaam gebruik in de zin van lid 1 onder b wordt niet begrepen vervreemding van het verpachte.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:78Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Agrarische erfpacht. Aanspraak van de erfverpachter met betrekking tot fosfaatrechten? In welke zin moet de regel van aanvullend recht met betrekking tot pacht en fosfaatrechten worden opgevat?…

  • ECLI:NL:PHR:2021:828Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (civiel recht)

    Pachtrecht. Ontbinding. Terme de grâce. Art. 7:376 en art. 6:265 BW. Leer van de bindende eindbeslissing.

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5346Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Beëindiging pachtovereenkomst. Aanvulling van de bij opzegging vermelde gronden? Art. 7:370 lid 1 aanhef en onder a BW.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5346Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Beëindiging pachtovereenkomst. Aanvulling van de bij opzegging vermelde gronden? Art. 7:370 lid 1 aanhef en onder a BW.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:10377Rechtbank Noord-Holland, 13 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    pachtzaak, omdat de koper van de gronden voor de levering van de grond schriftelijk aan de pachter heeft verklaard afstand te doen van zijn bevoegdheid de pachtovereenkomst op te zeggen op grond van…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:6859Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 november 2025 (civiel recht)

    Artikel 7:347 BW en 7:370 lid 1 sub b BW. Geen sprake van (voldoende) persoonlijk gebruik door samenwerkingsverband. Aan eisen voor beëindiging voor dringend eigen gebruik is ook voldaan.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:9155Rechtbank Noord-Holland, 30 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Deze zaak draait om de vraag of de pachtovereenkomst tussen partijen door de pachtkamer moet worden ontbonden wegens tekortschieten van Bloembollen Zijpe of dat de pachtkamer in het verlengde van een…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:2173Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 april 2025 (civiel recht)

    Art. 7:391 BW: geen ontbinding van reservaatpacht. Voor reservaatpacht is vereist dat een beheervergoeding is bedongen en dat voldoende duidelijk is welke vergoeding is bedongen. Art. 7:370 lid 1…

55 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.