Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:398 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    Een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 396 en 397 gaat niet van rechtswege teniet door de dood van de verpachter of van de pachter.

  2. 2

    Na de dood van de pachter zet dan wel zetten diens echtgenoot of geregistreerde partner, een of meer van diens bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, een of meer van diens pleegkinderen of iedere medepachter of onderpachter de in lid 1 bedoelde overeenkomst voort, tenzij de verpachter na het overlijden van de pachter schriftelijk wordt medegedeeld dat daarvan wordt afgezien.

  3. 3

    Een mededeling als bedoeld in het tweede lid geschiedt: a.binnen één maand na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 396 betreft; b.binnen drie maanden na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 397 betreft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CG:2020:12Centrale Grondkamer, 2 maart 2020 (civiel recht)

    Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging…

  • ECLI:NL:CG:2020:5Centrale Grondkamer, 2 maart 2020 (civiel recht)

    Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid…

  • ECLI:NL:RBNNE:2018:5331Rechtbank Noord-Nederland, 19 december 2018 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.