Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:129c BW

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    Indien beide partijen natuurlijke personen zijn en geen van beide partijen in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelt, is over het geleende bedrag slechts rente verschuldigd, indien dit schriftelijk is bedongen.

  2. 2

    In andere gevallen is de lener verplicht over de geleende som rente te betalen, tenzij uit de overeenkomst voortvloeit dat geen rente verschuldigd is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7137Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Leningsovereenkomst. Afspraken gemaakt tussen twee particulieren via whatsapp. Vraag of de lening is verstrekt aan partij in persoon of aan de vennootschap van die partij. Stelplicht en bewijslast.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:19660Rechtbank Den Haag, 10 juni 2026 (civiel recht)

    Eisers stellen dat zij een bedrag van € 40.000,00 hebben uitgeleend aan gedaagden, waarvan nog € 38.500,00 openstaat dat zij terugvorderen. Een gedaagde is in deze procedure niet verschenen. De…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14967Rechtbank Den Haag, 3 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Mondelinge overeenkomst van geldlening. Hoogte en moment van terugbetaling. Artikelen 7:129e en 7:129f BW. Vordering tot terugbetaling toegewezen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1681Rechtbank Gelderland, 11 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Terugbetaling geldlening. Beroep gedaagde op artikel 6:248 lid 2 BW wordt verworpen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:978Rechtbank Limburg, 4 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Eindvonnis. Eisers hebben niet voldaan aan de opdracht, zoals geformuleerd in het tussenvonnis. Om die reden passeert de rechtbank, met een beroep op artikel 21 Rv, de stellingen van eisers en volgt…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:15735Rechtbank Rotterdam, 20 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Geldlening

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:12697Rechtbank Limburg, 27 augustus 2025 (civiel recht)

    De rechtbank oordeelt dat sprake is van een geldleningsovereenkomst tussen partijen. Echter, de gelden die vóór 1 januari 2017 zijn uitgeleend zijn verjaard. Voor het overige deel van de vordering…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:345Rechtbank Amsterdam, 22 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Art. 7:129c, 7:129d. Terugbetaling geldlening. Geen afspraken over opeisbaarheid of rente gemaakt. Volledige bedrag opeisbaar geworden? Dagvaarding geldt als datum waarop lening is verzocht terug te…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.