Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:68 BW

Vervroegde aflossing door de consument redactionele omschrijving

Geldt sinds 25 mei 2011

  1. 1

    De consument heeft het recht om zich te allen tijde geheel of gedeeltelijk van zijn verplichtingen op grond van een kredietovereenkomst te kwijten. In dat geval heeft hij recht op een verlaging van de totale kredietkosten, bestaande uit de interesten en de kosten gedurende de resterende duur van de overeenkomst.

  2. 2

    De kredietgever heeft in geval van een vervroegde aflossing recht op een billijke en objectief gegronde vergoeding voor eventuele kosten die hiermee rechtstreeks verband houden, mits de vervroegde aflossing valt in een termijn waarvoor een vaste debetrentevoet geldt. De vergoeding mag niet hoger zijn dan: a.0,5% van het vervroegd afgeloste kredietbedrag, indien de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst ten hoogste één jaar is; b.1% van het vervroegd afgeloste kredietbedrag, indien de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst langer is dan één jaar.

  3. 3

    In afwijking van lid 2, onderdelen a en b, kan de kredietgever de consument bij kredieten boven € 75 000 een hogere vergoeding in rekening brengen, indien hij aannemelijk maakt dat het door de vervroegde aflossing geleden verlies het krachtens lid 2 bepaalde bedrag overstijgt. Het verlies bestaat uit het verschil tussen de oorspronkelijk overeengekomen rentevoet en de rentevoet waartegen de kredietgever een lening kan verstrekken ter hoogte van het vervroegd afgeloste bedrag op de markt op het ogenblik van de vervroegde aflossing. Bij de bepaling van het verlies wordt tevens rekening gehouden met de administratieve kosten van de vervroegde aflossing.

  4. 4

    De in de leden 2 en 3 bedoelde vergoeding mag niet hoger zijn dan het rentebedrag dat de consument zou hebben betaald gedurende de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst.

  5. 5

    De kredietgever kan de consument geen vergoeding als bedoeld in lid 2 of lid 3 in rekening brengen: a.als de vervroegde aflossing heeft plaatsgevonden uit hoofde van een verzekeringscontract dat bedoeld is om een kredietaflossingsgarantie te bieden, of b.bij een geoorloofde debetstand op een rekening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:331Parket bij de Hoge Raad, 1 april 2022 (civiel recht)

    Algemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Vervroegde aflossing van hypothecair krediet. Beding dat aan bank verschuldigde vergoeding bepaalt op basis van netto contante…

  • ECLI:NL:PHR:2022:308Parket bij de Hoge Raad, 25 maart 2022 (civiel recht)

    Algemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Tussentijdse rentewijziging bij hypothecair krediet. Beding dat aan bank verschuldigde vergoeding bepaalt op basis van netto contante…

  • ECLI:NL:PHR:2022:309Parket bij de Hoge Raad, 25 maart 2022 (civiel recht)

    Algemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Tussentijdse rentewijziging bij hypothecair krediet. Beding dat aan bank verschuldigde vergoeding bepaalt op basis van netto contante…

  • ECLI:NL:PHR:2017:73Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2017 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Effectenlease (Dexia). Onredelijk beding in de zin van Richtlijn 93/13? Aan te leggen maatstaf; vergelijking contractuele en wettelijke regeling; HvJEU 14 maart…

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:1459Rechtbank Amsterdam, 25 maart 2021 (civiel recht)

    Een vrouw mocht de gesloten overeenkomsten met een zalencentrum in Nieuw-West voor onder meer zaalhuur en catering voor haar huwelijksfeest op 10 april 2020 ontbinden en krijgt haar aanbetaling (ruim…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3476Gerechtshof Amsterdam, 15 december 2020 (civiel recht)

    Vergoeding bij tussentijdse aflossing hypothecaire geldeling. Rabobank mocht conform het bepaalde in artikel 22 onder d. van haar Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen bij tussentijdse…

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:3242Gerechtshof Amsterdam, 9 augustus 2016 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art 392 Rv), effectenleaseovereenkomst, ontbinding overeenkomst, verschuldigdheid resterende termijnen op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden. De aan de Hoge Raad voorgelegde…

  • ECLI:NL:RBZWB:2014:1168Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 februari 2014 (civiel recht)

    Kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium. Aan werknemer, die op het moment van ontslag 36 jaar oud en 14 jaar bij de werkgever in dienst is, wordt, rekening houdend met de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.