Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:908 BW

Gevolgen van verbindendverklaring en opt-out redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2013

  1. 1

    Zodra het verzoek tot verbindendverklaring is toegewezen heeft de overeenkomst, bedoeld in artikel 907, tussen partijen en de gerechtigden tot een vergoeding de gevolgen van een vaststellingsovereenkomst waarbij ieder der gerechtigden als partij geldt.

  2. 2

    De verbindendverklaring heeft geen gevolg ten aanzien van een gerechtigde tot een vergoeding die binnen een door de rechter te bepalen termijn van ten minste drie maanden na de in artikel 1017 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde aankondiging van de beschikking door een schriftelijke mededeling aan de in artikel 907 lid 2, onder f, bedoelde persoon heeft laten weten niet gebonden te willen zijn. De rechter kan het de partijen die de overeenkomst hebben gesloten, toestaan, dat de gerechtigden tot een vergoeding verzocht worden om met de in de eerste zin bedoelde mededeling nadere gegevens te verstrekken. Indien de in de tweede zin bedoelde gegevens niet worden verstrekt, dan wel onjuist of onvolledig zijn, tast dat niet de geldigheid aan van de in de eerste zin bedoelde mededeling.

  3. 3

    Voor een gerechtigde tot een vergoeding die bij de in lid 2 bedoelde aankondiging niet met zijn schade bekend kon zijn heeft een verbindendverklaring geen gevolg indien hij na het bekend worden van zijn schade door een schriftelijke mededeling aan de in artikel 907 lid 2, onder f, bedoelde persoon heeft laten weten niet gebonden te willen zijn. Een partij die zich bij de overeenkomst heeft verbonden tot vergoeding van schade kan een gerechtigde tot een vergoeding als bedoeld in de eerste zin schriftelijk een termijn van ten minste zes maanden stellen waarbinnen deze kan laten weten niet gebonden te willen zijn. Daarbij wordt tevens mededeling gedaan van de naam en de woonplaats van de in artikel 907 lid 2, onder f, bedoelde persoon.

  4. 4

    Een beding dat een partij bij de overeenkomst ten nadele van de gerechtigden tot een vergoeding van een verbintenis bevrijdt is na een verbindendverklaring nietig, tenzij het de partijen op wie een verplichting tot vergoeding van de schade rust gezamenlijk de bevoegdheid geeft om uiterlijk binnen zes maanden na verloop van de in lid 2 bedoelde door de rechter te bepalen termijn de overeenkomst op te zeggen op de grond dat de verbindendverklaring voor te weinig gerechtigden tot een vergoeding gevolgen heeft of op een andere in de overeenkomst vermelde grond onvoldoende gevolgen heeft. Opzegging vindt in dat geval plaats door aankondiging in twee nieuwsbladen en door een schriftelijke mededeling aan de stichting of vereniging, bedoeld in artikel 907 lid 1. De partijen die de overeenkomst hebben opgezegd dragen er zorg voor dat daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling wordt gedaan aan de bekende gerechtigden tot een vergoeding, waarbij de partijen zich kunnen houden aan de laatste hen bekende woonplaatsen van de gerechtigden tot een vergoeding.

  5. 5

    Nadat de overeenkomst verbindend is verklaard kunnen de partijen die de overeenkomst hebben gesloten zich niet beroepen op de vernietigingsgronden als bedoeld in de artikelen 44 lid 3 van Boek 3 en 228 van Boek 6, en kan een gerechtigde tot een vergoeding zich niet beroepen op de vernietigingsgrond als bedoeld in artikel 904 lid 1.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:882Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Financieel recht. Effectenlease. Eiser heeft effectenleaseovereenkomsten gesloten via tussenpersoon die niet beschikte over voor beleggingsadvieswerkzaamheden benodigde vergunning. Bekendheid Dexia…

  • ECLI:NL:HR:2023:885Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Financieel recht. Effectenlease. Ar. 25 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1995 (oud); art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (oud). Eiser heeft effectenleaseovereenkomsten…

  • ECLI:NL:HR:2023:886Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Financieel recht. Effectenlease. Ar. 25 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1995 (oud); art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (oud). Eiseres heeft effectenleaseovereenkomst…

  • ECLI:NL:HR:2022:862Hoge Raad, 10 juni 2022 (verbintenissenrecht)

    Art. 392 Rv. Prejudiciële vragen. Verbintenissenrecht. Financieel recht. Effectenlease. Toepassing van art. 6:101 BW. Tussenkomst van tussenpersoon bij tot stand komen van effectenleaseovereenkomst.…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:9088Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2025 (civiel recht)

    Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2024:11322; Collectieve actie 3:305a BW; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:2208Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2024 (civiel recht)

    Effectenlease. Vordering afnemer wordt toegewezen. Vordering vanwege advisering door Spaar Select. Dexia had behoren te weten van advisering. Vergoeding van fictieve restschuld. Verrekening bedrag…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:1414Rechtbank Noord-Holland, 10 januari 2024 (verbintenissenrecht)

    Kredietovereenkomst. Handelaar (DSB Bank) en consument. Geen ambtshalve toetsing rentebeding vanwege vaststellingsovereenkomst (overeenkomst ter collectieve afwikkeling van massaschade).

  • ECLI:NL:GHARL:2022:9628Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 november 2022 (civiel recht)

    Effectenlease. Vergoeding van (fictieve) restschuld nadat de afnemer de aandelen tegen een lagere waarde heeft overgenomen?

470 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.