Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:866 BW

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De borg heeft voor het gehele bedrag dat hij aan hoofdsom, rente en kosten aan de schuldeiser heeft moeten voldoen, krachtens artikel 10 van Boek 6 een vordering op de hoofdschuldenaar.

  2. 2

    De borg kan noch aan artikel 10, noch aan artikel 12 van Boek 6 een vordering op de hoofdschuldenaar ontlenen voor wettelijke rente over de periode waarin hij door hem persoonlijk betreffende omstandigheden in verzuim is geweest of voor kosten die hem persoonlijk betreffen of door hem in redelijkheid niet behoefden te worden gemaakt.

  3. 3

    Heeft iemand zich ter zake van dezelfde verbintenis borg gesteld voor twee of meer hoofdelijk verbonden hoofdschuldenaren, dan zijn deze in afwijking van artikel 10 lid 1 en artikel 12 lid 1 van Boek 6, jegens de borg hoofdelijk verbonden voor hetgeen deze aan hoofdsom, rente en kosten op hen kan verhalen.

  4. 4

    Uit de rechtsverhouding tussen de borg en een of meer hoofdschuldenaren kan iets anders voortvloeien dan de leden 1-3 meebrengen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1363Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2025 (personen- en familierecht)

    Relatievermogensrecht. Afwikkeling echtscheiding. Oude huwelijksgemeenschapsregime. Gemeenschapsschulden. Borgtocht. Hoofdelijk medeschuldenaarschap. Externe aansprakelijkheid en interne draagplicht.

  • ECLI:NL:PHR:2022:104Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2022 (civiel recht)

    Hypotheekakte; executoriale titel voor betalende borg (art. 430 Rv)?; bepaaldheid vordering (HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4889, Rabobank/[...]); subrogatie

  • ECLI:NL:PHR:2016:864Parket bij de Hoge Raad, 16 augustus 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een aanmerkelijk-belangvennootschap (hierna: de BV). De borgstelling heeft betrekking op een door de bank aan de BV…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2127Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2015 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:461Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Regres borg. Overlijden materiële procespartij. Procedure niet geschorst op grond van artikel 225 Rv. Zaak wordt voortgezet.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:5523Rechtbank Amsterdam, 11 september 2024 (verbintenissenrecht)

    Verdeling woning tussen ex-samenwoners en geldvorderingen over en weer.

  • ECLI:NL:RBROT:2024:6537Rechtbank Rotterdam, 27 maart 2024 (verbintenissenrecht)

    Borgtocht, artikelen 7:869 en 6:152 BW. Een borg spreekt na betaling aan de bank een medeborg aan. Bieden de hoofdelijk medeschuldenaren geen verhaal? Beperkende werking van de redelijkheid en…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:393Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 januari 2024 (civiel recht)

    Incident schorsing tenuitvoerlegging. Afwijzing verzoek. Art. 351 Rv.

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.