Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:300 BW

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    Indien de oorspronkelijk duur van de overeenkomst krachtens artikel 292 lid 2 is verlengd en de verlengde overeenkomst niet tegen het einde van de in dat lid bedoelde tweede termijn is opgezegd, wordt de overeenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd, tenzij uit de overeenkomst een bepaalde tijd voortvloeit of partijen een bepaalde tijd overeenkomen.

  2. 2

    Wordt de overeenkomst krachtens lid 1 voor onbepaalde tijd voortgezet, dan kan zij door ieder van de partijen worden opgezegd. Wordt de overeenkomst voor bepaalde tijd voortgezet of is zij aangegaan voor een duur van tien jaar of langer, dan eindigt zij, in afwijking van artikel 228 lid 1, niet door het enkele verloop van de huurtijd, maar kan zij door ieder van de partijen tegen het einde van die huurtijd worden opgezegd.

  3. 3

    De opzegging moet voldoen aan de vereisten van de artikelen 293 leden 2 en 3 en van artikel 294. De artikelen 295 tot en met 299 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Indien een vordering tot vaststelling van het tijdstip waarop de overeenkomst zal eindigen, is afgewezen, en uit de overeenkomst niet voortvloeit dat zij dan wordt voortgezet voor een bepaalde termijn tegen het einde waarvan zij opnieuw opgezegd kan worden, kan de overeenkomst slechts rechtsgeldig opnieuw opgezegd worden nadat een termijn van een jaar is verstreken nadat de afwijzing onherroepelijk is geworden. De rechter kan bij zijn afwijzende beslissing een langere termijn vaststellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1962Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW). Kan het enkele belang om hogere huurprijs te verkrijgen, op grond van art. 7:296 lid 3 BW leiden tot beëindiging van huurovereenkomst…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1404Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht; huurrecht bedrijfsruimte. Is dit onbemande tankstation een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW en/of art. 7:290 BW? Toepassing van HR 14 april 2014…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1141Parket bij de Hoge Raad, 24 oktober 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Kan een voor onbepaalde tijd voortgezette huurovereenkomst 290-bedrijfsruimte worden beëindigd o.g.v. een belangenafweging volgens art. 7:296 lid 3 BW als het enige belang…

  • ECLI:NL:PHR:2022:111Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2022 (civiel recht)

    Opzegging van een huur- annex exploitatieovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte (stationsfietsenstalling). Kon het hof tot het oordeel komen dat de verhuurder de ruimte dringend nodig heeft…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7465Rechtbank Rotterdam, 23 juni 2026 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Kwalificatie van het gehuurde: 7:230a-ruimte. Verlenging ontruimingstermijn.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3581Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juni 2026 (civiel recht)

    Opzegging / ontbinding huurovereenkomst winkelruimte. Gebreken aan gehuurde winkelruimte en gehuurde woonruimte.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2503Rechtbank Rotterdam, 5 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Afwijkend huurbeding

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:8495Rechtbank Oost-Brabant, 24 december 2025 (civiel recht)

    Executiegeschil. Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging van vonnis in kort geding. Eiser wil dat Gedaagde de tenuitvoerlegging van kort-geding-vonnis staakt, zolang de notariële huurkoopakte niet is…

75 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.