Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:271 BW

Opzegging van huur van woonruimte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    In afwijking van artikel 228 lid 1 eindigt een voor bepaalde tijd aangegane huur niet door het enkele verloop van de huurtijd; zij kan door elk van beide partijen worden opgezegd tegen een voor de betaling van de huurprijs overeengekomen dag, niet vallend voor het verstrijken van de bepaalde tijd.

  2. 2

    Lid 1 is niet van toepassing op een voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaar of korter aangegane huur ingeval van een woonruimte die wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen. Op deze huurovereenkomsten is artikel 228 lid 1 onverkort van toepassing, mits de verhuurder niet eerder dan drie maanden maar uiterlijk een maand voordat die bepaalde tijd is verstreken, de huurder over de dag waarop die huur verstrijkt schriftelijk informeert. Indien de verhuurder de verplichting, bedoeld in de tweede volzin, niet nakomt, wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd, bedoeld in die volzin, voor onbepaalde tijd verlengd. De voor bepaalde tijd aangegane huur, bedoeld in de eerste volzin, kan door de huurder voor het verstrijken van de bepaalde tijd worden opgezegd tegen een voor betaling van de huurprijs overeengekomen dag. Indien na afloop van een voor bepaalde tijd van twee jaar of korter aangegane huur met dezelfde huurder aansluitend opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan, wordt deze laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van eerstgenoemde huurovereenkomst.

  3. 3

    Een voor onbepaalde tijd aangegane of voor onbepaalde tijd verlengde huur kan door elk van beide partijen worden opgezegd tegen een voor de betaling van de huurprijs overeengekomen dag.

  4. 4

    De opzegging moet geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. Is in gevolge artikel 266 de echtgenoot of geregistreerde partner van de huurder medehuurder, dan moet de opzegging aan beide echtgenoten of geregistreerde partners afzonderlijk worden gedaan.

  5. 5

    De opzegging door de verhuurder moet op straffe van nietigheid de gronden vermelden die tot de opzegging hebben geleid. Een opzegging door de verhuurder op andere dan de in artikel 274 lid 1 genoemde gronden, is nietig. De huurder moet bij de opzegging worden gevraagd binnen zes weken aan de verhuurder mede te delen of hij al dan niet toestemt in beëindiging van de overeenkomst.

  6. 6

    Bij de opzegging moeten de volgende termijnen in acht worden genomen: a.bij opzegging door de huurder: een termijn gelijk aan de tijd die tussen twee opvolgende voor betaling van de huurprijs overeengekomen dagen verstrijkt, doch niet korter dan een maand en niet langer dan drie maanden; b.bij opzegging door de verhuurder: een termijn niet korter dan drie maanden, voor elk jaar dat de huurder krachtens overeenkomst ononderbroken het gehuurde in gebruik heeft gehad verlengd met één maand tot ten hoogste zes maanden.

  7. 7

    Een opzegging die in strijd met lid 1, lid 4 of lid 6 onder a is gedaan en een opzegging die op een kortere termijn is gedaan dan die van lid 6 onder b gelden niettemin als waren zij gedaan tegen de voorgeschreven dag en met inachtneming van de voorgeschreven termijn.

  8. 8

    Elk beding waarbij in strijd met lid 6 onder a een langere opzegtermijn of waarbij in strijd met lid 6 onder b een kortere opzegtermijn wordt overeengekomen of waarbij van andere bepalingen van dit artikel wordt afgeweken, is nietig. Eveneens is nietig elk beding dat de huur zonder opzegging doet eindigen.

  9. 9

    Het ontwerp van een krachtens lid 2 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

  10. 10

    Dit artikel geldt niet, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden nadat de huur is ingegaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:358Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (civiel recht)

    Huur van woonwagen op erf van verhuurder. Gezag van gewijsde. Beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

  • ECLI:NL:PHR:2024:810Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW?…

  • ECLI:NL:HR:2023:931Hoge Raad, 16 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Woonruimte. Vordering verhuurder tot beëindiging huur wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:274 lid 1, onder c, BW. Sloop en nieuwbouw met oog op stedenbouwkundige, sociaaleconomische of…

  • ECLI:NL:PHR:2021:836Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (civiel recht)

    Opzegging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 sub c BW); beëindigingsvordering (art. 7:272 lid 2 BW); beëindiging tegen een voor de uitspraak gelegen datum…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7451Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Terugbetaling van borgsom huurwoning en doorgevoerde huurverhoging.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7455Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Vaststelling puntenaantal huurwoning Energielabel vastgesteld na datum aanvang huurovereenkomst, wordt meegenomen voor het aantal punten voor de energieprestatie.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7383Rechtbank Midden-Nederland, 12 oktober 2026 (civiel recht)

    Verlenging ontruimingstermijn ex art. 7:230a BW.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7192Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Primair beëindiging huurovereenkomst ex art. 7:271 lid 2 BW. Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst. Uitleg opzeggingsbeding (haviltex). Huurovereenkomst niet beëindigd.…

528 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.