Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:128a BW

Geldt sinds 14 juli 2016

  1. 1

    Indien de consument in verzuim is met zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst, mag de kredietgever niet tot aanzegging van de executie als bedoeld in artikel 544 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overgaan dan nadat ten minste twee maanden na het tijdstip waarop de vordering opeisbaar is geworden, zijn verstreken en de kredietgever de consument persoonlijk heeft uitgenodigd om in overleg te treden over diens betalingsachterstand, tenzij in redelijkheid niet van de kredietgever kan worden gevergd dat hij voormelde termijn in acht neemt of de consument persoonlijk benadert om te overleggen.

  2. 2

    Onverminderd het recht op wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is de vergoeding die de consument aan de kredietgever verschuldigd is wegens niet-nakoming van zijn uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, niet hoger dan hetgeen nodig is ter vergoeding van de schade die de kredietgever als gevolg van de niet-nakoming heeft geleden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:73Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2017 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Effectenlease (Dexia). Onredelijk beding in de zin van Richtlijn 93/13? Aan te leggen maatstaf; vergelijking contractuele en wettelijke regeling; HvJEU 14 maart…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5786Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2026 (civiel recht)

    Kort geding, mondeling vonnis. Verbod executieveiling woning

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:12488Rechtbank Noord-Holland, 22 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Zorgplicht bank bij opzegging hypothecaire geldlening en opvolgende executieverkoop. Geen sprake van zorgplichtschending. Bank heeft zich voldoende coulant opgesteld en de belangen van de schuldenaar…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:506Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. executiegeschil inz hypotheekakte. verbod openbare verkoop woning (parate executie) afgewezen. Fraude. Ongeoorloofde verhuur. Opeisbaarheid lening. Termijn artikel 7:128a lid 1 BW in…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:13217Rechtbank Rotterdam, 18 december 2024 (verbintenissenrecht)

    Eiseres is eigenaar van het appartementsrecht van de woning aan de [adres] te Rotterdam (hierna: de woning). De aankoop van de woning is gefinancierd met een hypothecaire geldlening bij Obvion.…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:2235Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 april 2024 (civiel recht)

    Hypothecaire lening, schadebegroting bij overkreditering. Omvang schade bestaat uit een deel van de restschuld en de rente over het te veel geleende bedrag. Onvoldoende gemotiveerd dat klant bij…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:281Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 februari 2022 (civiel recht)

    art. 3:264 lid 6 BW / Eerder door bank verzwegen uitkering van overlijdensrisicoverzekeraar telt wel degelijk mee / Uitgaan van taxatie van eigen makelaar bank t.a.v. executiewaarde in verhuurde…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.