Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:349 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    De pachter is tot de ontruiming bevoegd door hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen ongedaan te maken, mits daarbij het gepachte in de toestand wordt gebracht, die bij het einde van de pacht redelijkerwijs in overeenstemming met de oorspronkelijke kan worden geacht.

  2. 2

    De pachter is niet verplicht tot het ongedaan maken van geoorloofde veranderingen en toevoegingen, onverminderd de bevoegdheid van de rechter om hem op de voet van artikel 348 lid 4 de verplichting op te leggen hiervoor vóór de ontruiming van het gepachte zorg te dragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:786Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Boedelschuld. Verplichting tot verwijdering van zaken die tot de boedel behoren. Geldt deze verplichting óók als zaken zijn nagetrokken door de grond van degene die verwijdering…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:2123Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2015 (civiel recht)

    Art. 7:330 BW, Art. 7:348 BW, Art. 7:349 BW, Art. 7:350 BW, Art. 150 Rv Pachtzaak. Tussenarrest. Bewijsopdracht Geschil over de inhoud van nadere afspraak tussen pachter en verpachter omtrent…

  • ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4136Rechtbank Maastricht, 3 februari 2003 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.