Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:230a BW

Geldt sinds 23 februari 2011

  1. 1

    Heeft de huur betrekking op een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan en is die zaak of dat gedeelte noch woonruimte, noch bedrijfsruimte in de zin van deze titel, dan kan de huurder na het einde van de huurovereenkomst de rechter verzoeken de termijn waarbinnen ontruiming moet plaats vinden, te verlengen. Het verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd.

  2. 2

    Het eerste lid geldt niet in geval de huurder zelf de huur heeft opgezegd, uitdrukkelijk in de beëindiging daarvan heeft toegestemd of veroordeeld is tot ontruiming wegens niet nakoming van zijn verplichtingen.

  3. 3

    De verhuurder kan niet verlangen dat de huurder voor het einde van de in lid 1 bedoelde termijn tot ontruiming overgaat. De indiening van het verzoek schorst de verplichting om tot ontruiming over te gaan, totdat op het verzoek is beslist.

  4. 4

    Het verzoek wordt slechts toegewezen indien de belangen van de huurder en van de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Het verzoek wordt niettemin afgewezen, indien de verhuurder aannemelijk maakt dat van hem wegens onbehoorlijk gebruik van het verhuurde, wegens ernstige overlast, de medegebruikers dan wel hemzelf aangedaan, of wegens wanbetaling niet gevergd kan worden dat de huurder langer het recht op het gebruik van de zaak of gedeelte daarvan behoudt.

  5. 5

    De verlenging kan worden uitgesproken voor een termijn van ten hoogste een jaar na het eindigen van de overeenkomst. Deze termijn kan op verzoek van de huurder nog tweemaal telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd. Het verzoek tot verlenging moet uiterlijk een maand voor het verstrijken van de termijn worden ingediend. Lid 3, tweede zin, en lid 4 zijn van toepassing.

  6. 6

    Zo partijen het niet eens zijn over de som die de huurder gedurende de termijn waarmee de verlenging heeft plaats gevonden, voor het gebruik van de zaak of gedeelte daarvan verplicht is te betalen, stelt rechter deze som vast op een, gezien het huurpeil ter plaatse, redelijk bedrag. Hij kan, zo een der partijen dit verzoekt, te dier zake een voorlopige voorziening treffen. Voor het overige blijven gedurende deze termijn de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst tussen partijen van kracht.

  7. 7

    Bij afwijzing van het verzoek stelt de rechter het tijdstip van ontruiming vast. De beschikking geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.

  8. 8

    Tegen een beschikking krachtens dit artikel staat geen hogere voorziening open.

  9. 9

    Van dit artikel kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

  10. 10

    De leden 1–9 zijn niet van toepassing, wanneer de overeenkomst tevens aan de omschrijving voldoet van een overeenkomst als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c of f.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:574Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Huurrecht; procesrecht. Reikwijdte art. 2.25 Lpr ('beraad partijen'), vervolg op HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1153. Toepassing splitsingscriteria HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7637.

  • ECLI:NL:HR:2026:552Hoge Raad, 10 april 2026 (civiel recht)

    Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met…

  • ECLI:NL:HR:2026:356Hoge Raad, 6 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Art. 7:290 BW van toepassing? Procesrecht. Bestemming van gehuurde gebouwde onroerende zaak. Mogelijkheid om afdeling 7.4.6 BW op de huurovereenkomst van toepassing te…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1404Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht; huurrecht bedrijfsruimte. Is dit onbemande tankstation een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW en/of art. 7:290 BW? Toepassing van HR 14 april 2014…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4434Rechtbank Noord-Nederland, 13 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Kwalificatie huurovereenkomst onbemand tankstation. Het gehuurde is niet aan te merken als een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a lid 1 BW dan wel artikel 7:290 lid 2, onder a, BW.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2910Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Voorwaardelijk verzoek tot verlenging ontruimingstermijn. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst moet worden gekwalificeerd…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7383Rechtbank Midden-Nederland, 12 oktober 2026 (civiel recht)

    Verlenging ontruimingstermijn ex art. 7:230a BW.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6394Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Kwalificatie huurovereenkomst voor onbemand tankstation. Vervolg op het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 26 november 2024…

1.149 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.