Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:129b BW

Geldt sinds 1 januari 2017

Indien de uitlener een natuurlijke persoon is die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelt, bindt de overeenkomst hem niet voordat het geld daadwerkelijk aan de lener is verstrekt of de uitlener zich schriftelijk tot de verstrekking verbonden heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:7027Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Centraal in deze zaak staat de vraag of sprake is van een geldlening die terugbetaald moet worden. Daarbij is van belang dat de eisende partij moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van een…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:260Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 februari 2025 (verbintenissenrecht)

    ontvankelijkheid hoger beroep art. 3:301 lid 2 BW; bewijs koopovereenkomst; schriftelijkheidseis 7:2 BW

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:3151Rechtbank Overijssel, 11 juni 2024 (civiel recht)

    Leenovereenkomst. Is geld uitgeleend aan zoon in privé of zijn B.V. (die failliet is gegaan). Vordering van executeur testamentair.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1863Gerechtshof Amsterdam, 1 augustus 2023 (civiel recht)

    Overeenkomst van geldlening. Artikel 7:129b BW strekt ter bescherming van de geldlener. Een mondelinge toezegging om geld te lenen bindt de uitlener niet. Die situatie doet zich hier niet voor. In…

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:874Rechtbank Midden-Nederland, 22 februari 2023 (verbintenissenrecht)

    Opeisbaarheid geldlening.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.