Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:664 BW

Pensioen bij overgang van onderneming redactionele omschrijving

Geldt sinds 28 juli 2009

  1. 1

    Artikel 663, eerste volzin, is niet van toepassing op rechten en verplichtingen van de werkgever die voortvloeien uit een pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet indien: a.de verkrijger aan de werknemer, bedoeld in artikel 663, een zelfde aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst, als hij reeds voor het tijdstip van overgang heeft gedaan aan zijn werknemers; b.de verkrijger op grond van artikel 2 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, verplicht is deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds en de werknemer, bedoeld in artikel 663, gaat deelnemen in dat fonds; c.bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan is afgeweken van de pensioenovereenkomst, bedoeld in de aanhef.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing indien de werknemer, bedoeld in artikel 663, voor de overgang op grond van artikel 2 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, verplicht is deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds en deze zelfde verplichting blijft gelden na de overgang.

  3. 3

    Artikel 663, eerste volzin, is niet van toepassing op rechten en verplichtingen van de werkgever die voortvloeien uit een spaarregeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet zoals de Pensioen- en spaarfondsenwet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Pensioenwet indien de verkrijger de werknemer, bedoeld in artikel 663, opneemt in de spaarregeling die reeds voor het tijdstip van overgang gold voor zijn werknemers.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1152Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Vallen de vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds bestaande uit achterstallige pensioenpremies, op grond van art. 369 lid 4 Fw – de…

  • ECLI:NL:HR:2016:2375Hoge Raad, 14 oktober 2016 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Overgang van onderneming en Wet verplichte deelneming bedrijfspensioenfondsen. Vordering van bedrijfstakpensioenfonds op nieuwe werkgever (verkrijger) ter zake van pensioenpremies die…

  • ECLI:NL:PHR:2016:851Parket bij de Hoge Raad, 12 augustus 2016 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Overgang van onderneming en Wet verplichte deelneming bedrijfspensioenfondsen. Vordering van bedrijfstakpensioenfonds op nieuwe werkgever (verkrijger) ter zake van pensioenpremies die…

  • ECLI:NL:HR:2015:3095Hoge Raad, 16 oktober 2015 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Faillietverklaring BV op verzoek van werkneemster met loonvordering. Is sprake van overgang van onderneming (art. 7:662 e.v. BW)?

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2673Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    kopje volgt

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2676Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    kopje volgt

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2678Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    kopje volgt

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2679Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    kopje volgt

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.