Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:628 BW

Loon bij het niet verrichten van arbeid redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De werkgever is verplicht het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.

  2. 2

    Indien de werknemer krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig fonds waarin de deelneming is overeengekomen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, een geldelijke uitkering toekomt, wordt het loon verminderd met het bedrag van die uitkering.

  3. 3

    Indien het loon in geld op andere wijze dan naar tijdruimte is vastgesteld, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing, met dien verstande dat als loon wordt beschouwd het gemiddelde loon dat de werknemer, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had kunnen verdienen.

  4. 4

    Het loon wordt echter verminderd met het bedrag van de onkosten die de werknemer zich door het niet-verrichten van de arbeid heeft bespaard.

  5. 5

    Van lid 1 kan voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst bij schriftelijke overeenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

  6. 6

    In geval van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 668a kan een afwijking als bedoeld in lid 5 voor ten hoogste in totaal zes maanden worden overeengekomen.

  7. 7

    Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan de periode, bedoeld in lid 5, voor bij die overeenkomst of regeling te bepalen functies worden verlengd, mits de aan die functies verbonden werkzaamheden incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang hebben.

  8. 8

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van de Stichting van de Arbeid worden bepaald dat op bepaalde bedrijfstakken, of onderdelen daarvan, lid 5, 6 of 7 niet van toepassing is.

  9. 9

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat de in lid 1 genoemde verplichting geheel of gedeeltelijk niet geldt indien het niet verrichten van de overeengekomen arbeid het gevolg is van bij die regeling te bepalen buitengewone omstandigheden en aan bij die regeling te bepalen voorwaarden wordt voldaan.

  10. 10

    Elk beding dat ten nadele van de werknemer afwijkt van dit artikel is nietig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:281Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Loonvordering. Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Re-integratieverplichtingen. Komt niet verrichten van arbeid in relevante periode voor rekening werknemer (art. 7:628 BW)?…

  • ECLI:NL:HR:2025:1802Hoge Raad, 28 november 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Verhouding art. 7:610b BW (rechtsvermoeden van arbeidsomvang) en art. 7:628a lid 5 BW (verplicht aanbod vaste arbeidsomvang bij oproepovereenkomst na periode van 12 maanden). Kan…

  • ECLI:NL:PHR:2025:434Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Oproepovereenkomst. Rechtsvermoeden arbeidsomvang art. 7:610b BW; vastklikregeling art. 7:628a BW. Staat het afwijzen van een aanbod op grond van art 7:628a BW aan een beroep op het…

  • ECLI:NL:PHR:2024:638Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2024 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bepaling in cao Middelbaar Beroepsonderwijs over samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met ‘werkbare dagen’ waarop niet hoeft te worden…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10002Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Loonvordering. Werkgever heeft te weinig loon uitbetaald over een deel van de laatste maand van het dienstverband van werkneemster. Het stond de werkgever niet vrij om eenzijdig de beëindigingsdatum…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14394Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek van een werknemer. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van werkgever. Daarom heeft werknemer geen recht op een…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6179Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2026 (arbeidsrecht)

    Anders dan kantonrechter oordeelt hof dat werkgever niet is geslaagd in bewijs van opzegging door werknemer. Hof bepaalt einde arbeidsovereenkomst. Risicoregeling 7:628 BW. Aanhouding financiële…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13636Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026 (arbeidsrecht)

    Tussen partijen is niet in geschil dat werkgever de door werknemer gewerkte uren heeft betaald. Partijen zijn het er echter niet over eens of werknemer ook recht heeft op betaling van de uren die…

1.118 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.