Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:251 BW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Bepalingen in huurovereenkomsten die tot gevolg hebben dat de huurprijs in enig tijdvak van twaalf maanden meer dan eenmaal wordt verhoogd, zijn nietig, tenzij het gaat om het geval van artikel 255, artikel 255a of van artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

  2. 2

    In afwijking van artikel 308 van Boek 3 verjaart de rechtsvordering tot betaling van een huurprijsverhoging door verloop van twee jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden, tenzij de verhuurder de huurder in enig jaar niet schriftelijk informeert over het in dat jaar opeisbaar worden van een vordering tot betaling van een huurprijsverhoging, in welk geval die vordering verjaart door verloop van één jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:770Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2024:771Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1396Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Mate van contractsvrijheid bij huur van geliberaliseerde woonruimte. Overeengekomen bedrag voor door huurder te betalen servicekosten en kosten VvE. Toetsing door de rechter?…

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5666Hoge Raad, 14 juni 2013 (civiel recht)

    Huur woonruimte. (Appel)procesrecht. Huurprijsverlaging door huurcommissie. Oordeel Kantonrechter dat verlaging in strijd komt met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Appelverbod van art. 7:262 lid 2 BW.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7247Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2026 (civiel recht)

    Kantonrechter stelt prejudiciële vragen over onder meer de splitsing van het huurprijswijzigingsbeding en de vraag of het beding oneerlijk is aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7001Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Mag rechter in eindvonnis terugkomen op eindbeslissing in tussenvonnis? huurprijsverhoging, niet aangezegd, verjaring, hoogte huurprijs

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:872Gerechtshof Den Haag, 28 april 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurprijswijzigingsbeding, geen oneerlijk beding in de zin van de Europese Richtlijn 93/13, verstoring evenwicht tussen rechten en verplichtingen van partijen, art. 7:248 BW, duurovereenkomst…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4166Rechtbank Amsterdam, 28 april 2026 (civiel recht)

    Huurzaak. De kantonrechter heeft prejudiciële vragen geformuleerd voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. De vragen gaan over een huurprijswijzigingsbeding, waarin is bepaald dat de huurprijs…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.