Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:247 BW

Geldt sinds 1 juli 2024

De volgende artikelen van deze onderafdeling zijn, behoudens de artikelen 248 lid 3 en 4, 249, 250 lid 4, 251, 252 voor zover het een voorstel tot verlaging van de huurprijs betreft, 254, 255a, 259, 260, 261 leden 1 en 3, 261b, 262 tot en met 264, niet van toepassing op een overeenkomst van huur en verhuur, die betrekking heeft op een zelfstandige woning, ten aanzien waarvan bij de aanvang van de bewoning een huurprijs gold of geldt, die, indien nodig herleid tot een bedrag per jaar, hoger is dan het krachtens artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag, en de huurprijs niet is verlaagd naar een huurprijs lager dan het krachtens artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag, indien a. die overeenkomst op of na 1 juli 1994 is totstandgekomen, dan wel, b. die overeenkomst betrekking heeft op een woning die is totstandgekomen op of na 1 juli 1989.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:770Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2024:771Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2021:995Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2021 (civiel recht)

    Huurrecht. Onjuiste toepassing door kantonrechter van art. 11 lid 4 UHW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 7:262 lid 2 BW?

  • ECLI:NL:PHR:2021:427Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv.). Huurrecht. Beding waarbij verhuurder kosten in rekening brengt bij sluiten huurovereenkomst; ‘niet redelijk voordeel’ in de zin van art. 7:264 lid 1 BW? Aan…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7618Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurovereenkomst woonruimte. Vastelling huurprijs na uitspraak huurcommissie. Verzoek bij de huurcommissie is tijdig ingediend, omdat met de huurder een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7247Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2026 (civiel recht)

    Kantonrechter stelt prejudiciële vragen over onder meer de splitsing van het huurprijswijzigingsbeding en de vraag of het beding oneerlijk is aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6491Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Opzegging huur vanwege eigen woningbezit huurder

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2022Rechtbank Overijssel, 7 april 2026 (civiel recht)

    Gedaagde huurt een woning van eiseres. Eiseres vordert met terugwerkende kracht de geïndexeerde huur en wil dat gedaagde de woning verlaat, omdat daardoor een hoge huurachterstand is ontstaan. De…

110 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.