Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:255 BW

Huurverhoging na woningverbetering redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    De huurprijs van woonruimte waarin of waaraan gedurende de huurtijd door of vanwege de verhuurder: a.voorzieningen zijn aangebracht die verband houden met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte, bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, in de kosten waarvan ingevolge enige wettelijke regeling een financiële tegemoetkoming is verleend, of b.veranderingen of toevoegingen, waaronder niet wordt verstaan het verhelpen van gebreken als bedoeld in artikel 204, zijn aangebracht, waardoor het woongerief geacht kan worden te zijn gestegen en die niet ingrepen zijn als bedoeld onder a, is de huurprijs, vermeerderd met een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot de door de verhuurder gemaakte kosten van deze ingrepen, veranderingen of toevoegingen met dien verstande dat de nieuwe huurprijs niet hoger mag zijn dan die welke bij toepassing van de regels bedoeld in artikel 10 lid 1 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte als redelijk is aan te merken.

  2. 2

    Indien partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het bedrag van de verhoging, kan ieder van hen binnen drie maanden na de totstandkoming van de ingrepen, veranderingen of toevoegingen de huurcommissie verzoeken daarover een uitspraak te doen.

  3. 3

    Onder gehandicapte in het eerste lid wordt verstaan een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:770Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2024:771Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:HR:2024:53Hoge Raad, 19 januari 2024 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Huurrecht. Kan huurder of verhuurder zich na uitspraak van voorzitter huurcommissie op grond van artikel 7:262 BW rechtstreeks tot kantonrechter wenden zonder eerst in verzet te…

  • ECLI:NL:HR:2023:1005Hoge Raad, 30 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Prejudiciele vragen. Toetsing aanvangshuurprijs. Art. 7:249 BW. Is voor waardering van energieprestatie van woning nodig dat bij ingang van huurovereenkomst een energie-index was…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:3961Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Geschil over huurprijs na uitspraken huurcommissie.

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:5725Rechtbank Limburg, 21 augustus 2024 (civiel recht)

    Bijzondere overeenkomst; huurrecht; overige huurrecht

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:4230Rechtbank Gelderland, 24 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Renovatie hotel tot complex met appartementen. De huurcommissie heeft de aanvangshuurprijs getoetst. De kantonrechter oordeelt over punten voor verwarming en installaties, energieprestatie…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:610Rechtbank Noord-Holland, 10 januari 2024 (verbintenissenrecht)

    Huur woonruimte. Kwalificatie huurovereenkomst. Diplomatenclausule. Opzegging. Gebreken.

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.