Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:275 BW

Tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    Indien de rechter een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op de gronden, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c en e toewijst, kan hij een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten.

  2. 2

    De rechter kan, voordat hij een beslissing geeft, waarin dit bedrag wordt vastgesteld, zijn voornemen ter kennis van partijen brengen en een termijn stellen waarbinnen de verhuurder de opzegging kan intrekken. Maakt de verhuurder van deze bevoegdheid gebruik, dan beslist de rechter uitsluitend over de proceskosten.

  3. 3

    Bij beëindiging van de huurovereenkomst op de gronden, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c in verbinding met lid 3 en in artikel 274 lid 1 onder e, draagt de verhuurder bij in de kosten die de verhuizing voor de huurder meebrengt.

  4. 4

    De minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van zelfstandige woningen, woonwagens, standplaatsen en ligplaatsen wordt bij ministeriële regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld en zal jaarlijks voor 1 maart worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.

  5. 5

    De verhuurder kan eventuele door de gemeente aan de huurder te verstrekken bijdragen of vergoedingen voor verhuis- of inrichtingskosten in mindering brengen op de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het vierde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1245Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen m.b.t. de verhuiskostenvergoeding van art. 7:220 lid 5, 6 en 7 BW. Volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning ('logeerwoning'). 'Verhuizing' in de zin van lid 5?…

  • ECLI:NL:PHR:2019:63Parket bij de Hoge Raad, 18 januari 2019 (civiel recht)

    Appelprocesrecht. Aan grieven te stellen eisen; uitleg grieven. Is grief tegen passeren bewijsaanbod tevens grief tegen verwerping van de stelling ter onderbouwing waarvan het te bewijzen aangeboden…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ4181Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik in verband met renovatiewerkzaamheden, art. 7:274 lid 1 sub c BW.

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ0158Hoge Raad, 26 april 2013 (civiel recht)

    Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6972Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (civiel recht)

    Beeindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik. Afwijzing uitvoerbaar bij voorraad. Toekenning verhuiskostenvergoeding.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2671Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2026 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Verhuurders hebben in 2020 een woning in Amsterdam aan huurders verhuurd in verband met hun emigratie naar China. Inmiddels zijn verhuurders teruggekeerd in Nederland. Zij hebben de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6408Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2026 (civiel recht)

    Huurzaak. Vordering beëindiging huurovereenkomst woning wegens dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 sub c BW) toegewezen. Geen huurprijsvermindering ogv gebreken. Wel verhuiskostenvergoeding.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6491Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Opzegging huur vanwege eigen woningbezit huurder

125 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.