Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:726 BW

Geldt sinds 20 augustus 2013

Behalve in de gevallen, genoemd in artikel 678 lid 2, zullen voor de werkgever dringende redenen onder andere aanwezig geacht kunnen worden, wanneer: a.de zeevarende een opvarende van het zeeschip mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt of hem verleidt of tracht te verleiden tot handelingen strijdig met de wet of de goede zeden; b.de zeevarende zich niet op grond van artikel 701 ter beschikking houdt van de werkgever; c.de zeevarende hetzij tijdelijk, hetzij voorgoed de bevoegdheid wordt ontnomen op een zeeschip dienst te doen in de functie waarin hij zich verbonden heeft dienst te doen; d.de zeevarende smokkelwaren aan boord heeft gebracht of daar onder zijn berusting heeft of in geval van de kapitein, hij smokkelwaren aan boord heeft gebracht, daar onder zijn berusting heeft of daar heeft toegelaten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2016:6792Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 augustus 2016 (civiel recht)

    WWZ. Werknemer, die zich heeft neergelegd bij het oordeel van de kantonrechter dat - anders dan waarvan de werknemer eerder zelf is uitgegaan - niet sprake is geweest van een ontslag op staande voet…

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:3444Gerechtshof Amsterdam, 19 augustus 2014 (civiel recht)

    Huur van woonruimte. Vordering van de verhuurster tot o.m. beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming is alleen tegen de huurster en niet mede tegen diens echtgenote, van rechtswege…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.