Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:181 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    Een aanbod tot schenking dat door de dood van de aanbieder niet vervalt, kan niet worden aanvaard door iemand die op het tijdstip van overlijden van de aanbieder nog niet bestond.

  2. 2

    Lid 1 is niet van toepassing: a.indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen hij schenkt aan een afstammeling van zijn vader of moeder, bij het overlijden van die afstammeling of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze; b.indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen hij aan iemand schenkt, bij het overlijden van de begiftigde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan een afstammeling van een ouder van de schenker, en tevens dat, indien die afstammeling dat tijdstip niet overleeft, diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze in diens plaats zullen treden; c.indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen de begiftigde van het hem geschonkene bij zijn overlijden of op een eerder tijdstip onverteerd zal hebben gelaten, alsdan zal ten deel vallen aan een dan bestaande bloedverwant van de schenker in de erfelijke graad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1938Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 mei 2016 (civiel recht)

    Een vrouw valt tijdens een paardrijles van een paard. Zij stelt op grond van art. 6:181 BW de manegehouder aansprakelijk voor de gevolgen van de val. Het hof acht art. 6:181 lid 1 BW van toepassing…

  • ECLI:NL:RBLEE:2011:BP7493Rechtbank Leeuwarden, 9 maart 2011 (civiel recht)

    Arbeidszaak: Werknemer stelt zich te hebben geblesseerd bij het uitladen van een paard. Werkgever niet aansprakelijk voor de gestelde schade.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.