Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:276 BW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Indien de verhuurder de overeenkomst heeft opgezegd op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h en de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is toegewezen dan wel de huurder met de beëindiging heeft ingestemd, is de verhuurder jegens de huurder tot schadevergoeding gehouden, indien de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest.

  2. 2

    Behoudens tegenbewijs wordt die wil geacht niet aanwezig te zijn geweest, indien niet binnen een jaar na het einde van de overeenkomst het verhuurde duurzaam door hem in gebruik is genomen respectievelijk te koop is aangeboden.

  3. 3

    De rechter die een vordering op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h, toewijst, kan op verlangen van de huurder of ambtshalve een bedrag bepalen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen, indien later mocht blijken dat de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest, onverminderd het recht van de huurder op verdere schadevergoeding.

  4. 4

    De vordering van de huurder op grond van dit artikel vervalt vijf jaren na het einde van de huurovereenkomst.

  5. 5

    De verhuurder is eveneens tot schadevergoeding gehouden jegens onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of die krachtens artikel 269 bevoegd waren hun overeenkomst met de hoofdverhuurder voort te zetten. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:28Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2026 (civiel recht)

    Huur van bedrijfsruimte. Vervolg op opzegging en beëindiging wegens eigen gebruik. Is bij de verhuurder de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig…

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ0158Hoge Raad, 26 april 2013 (civiel recht)

    Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6972Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (civiel recht)

    Beeindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik. Afwijzing uitvoerbaar bij voorraad. Toekenning verhuiskostenvergoeding.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9861Rechtbank Limburg, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Omvang finale kwijting. Schadevergoeding omdat wil tot eigen gebruik niet aanwezig was.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6491Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Opzegging huur vanwege eigen woningbezit huurder

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4603Rechtbank Amsterdam, 19 mei 2026 (civiel recht)

    Dringend eigen gebruik woning. De kantonrechter stelt een datum vast dat de huurovereenkomst tussen partijen eindigt, met een ontruimingstermijn van zes maanden. Het belang verhuurder weegt in de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3875Rechtbank Amsterdam, 8 april 2026 (civiel recht)

    Tussenvonnis, ex-samenlevers, geschil over verdeling van woning met hypotheek nadat deze o.g.v. een kortgedingvonnis is toegedeeld en geleverd aan de man. Zijn vorderingen van de vrouw m.b.t. de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3582Rechtbank Amsterdam, 3 april 2026 (civiel recht)

    Een werknemer bij een groothandel mocht op staande voet worden ontslagen.

43 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.