Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:852 BW

Verweermiddelen van de hoofdschuldenaar voor de borg redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    Verweermiddelen die de hoofdschuldenaar jegens de schuldeiser heeft, kunnen ook door de borg worden ingeroepen, indien zij het bestaan, de inhoud of het tijdstip van nakoming van de verbintenis van de hoofdschuldenaar betreffen.

  2. 2

    Indien de hoofdschuldenaar bevoegd is om ter vernietiging van de rechtshandeling waaruit de verbintenis voortspruit, een beroep op een vernietigingsgrond te doen en hem door de borg of door de schuldeiser een redelijke termijn is gesteld ter uitoefening van die bevoegdheid, is de borg gedurende die termijn bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten.

  3. 3

    Zolang de hoofdschuldenaar bevoegdelijk de nakoming van zijn verbintenis jegens de schuldeiser opschort, is ook de borg bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:740Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht (splitsing). Verbintenissenrecht (borgstelling, dwaling, bancaire zorgplicht). Procesrecht (stelplicht en bewijslast, bewijsaanbod, gezag van gewijsde).

  • ECLI:NL:PHR:2022:686Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2022 (civiel recht)

    Borgstelling. Uitleg contra proferentem? Ambtshalve toetsing beding in borgstellingsovereenkomst? Verwerping beroep op dwaling en verweer schuldenaar. Staat afstand van recht door schuldeiser jegens…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1328Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2019 (civiel recht)

    Contractenrecht. Is akte van hoofdelijkheid vernietigbaar wegens bedrog of dwaling? Miskenning van afzonderlijke grondslag van reconventionele vordering. Motivering van oordeel over toepassing van…

  • ECLI:NL:HR:2017:1108Hoge Raad, 16 juni 2017 (civiel recht)

    Borgtocht. Procesrecht. Vordering van bank jegens borgen wegens aan vennootschap verstrekte lening. Verweer dat hoofdschuldenaar heeft betaald; bewijslast. Schending van hoor en wederhoor.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2200Gerechtshof Amsterdam, 11 augustus 2026 (civiel recht)

    Zakelijke borgtocht. Geen rechtsverwerking, geen dwaling van de borg of schending bancaire zorgplicht ten aanzien van de kredietnemer.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:3177Gerechtshof Amsterdam, 25 november 2025 (civiel recht)

    - zakelijke borgtocht; beperking inroepen verweermiddelen hoofdschuldenaar niet onredelijk bezwarend; uitoefening borgtocht niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:717Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2025 (internationaal privaatrecht)

    Bevoegdheidsincident. De rechtbank acht zich op grond van artikel 7 punt 1 Brussel I-bis bevoegd om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. Incidentele vorderingen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:6494Rechtbank Overijssel, 3 december 2024 (civiel recht)

    Factoringovereenkomst. Uitleg van de overeenkomst. Gedaagde moet de facturen voor de factoringwerkzaamheden van eiser betalen. Onvoldoende onderbouwd dat eiser het innen van de facturen heeft…

74 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.