Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:668 BW

Aanzegplicht bij tijdelijke arbeidsovereenkomst redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    De werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt: a.over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst; en b.bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten.

  2. 2

    Lid 1 is niet van toepassing, indien: a.bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld; of b.de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan zes maanden.

  3. 3

    Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 1, aanhef en onderdeel a, in het geheel niet is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Indien de werkgever die verplichting niet tijdig is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding naar rato verschuldigd. De vergoeding is verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de verplichting op grond van lid 1 is ontstaan. De vergoeding is niet langer verschuldigd, indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.

  4. 4

    De arbeidsovereenkomst wordt geacht voor dezelfde tijd, maar ten hoogste voor een jaar, op de vroegere voorwaarden te zijn voortgezet, indien: a.de arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 1, na het verstrijken van de tijd, bedoeld in artikel 667, lid 1, wordt voortgezet en de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 1, onderdeel a of b, niet is nagekomen; of b.de arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 2, na het verstrijken van de tijd, bedoeld in artikel 667, lid 1, door partijen zonder tegenspraak wordt voortgezet.

  5. 5

    Lid 4, onderdeel b, geldt tevens wanneer in de gevallen waarin opzegging nodig is, tijdige opzegging achterwege blijft en de gevolgen van de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet uitdrukkelijk zijn geregeld.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat voor de toepassing van lid 3 wordt verstaan onder loon.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:776Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever. Geldt de volgens vaste rechtspraak geldende maatstaf ter beantwoording van de vraag of een werknemer vrijwillig zijn arbeidsovereenkomst…

  • ECLI:NL:HR:2022:1374Hoge Raad, 7 oktober 2022 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Aanzegplicht bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; aanzegvergoeding; art. 7:668 lid 1 en 3 BW. Vraag of beroep op verschuldigdheid aanzegvergoeding naar maatstaven van…

  • ECLI:NL:PHR:2022:610Parket bij de Hoge Raad, 3 juni 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Arbeidsrecht, procesrecht, uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd?, bewijslastverdeling, toepassing ABU-CAO, einddatum uitzendovereenkomst, echtheid handtekening werknemer onder…

  • ECLI:NL:PHR:2022:418Parket bij de Hoge Raad, 1 april 2022 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Art. 7:668 BW. Schriftelijkheidsvereiste bij aanzegplicht. Maatstaf voor beoordeling of sprake is van onaanvaardbaarheid naar redelijkheid en billijkheid in de zin van art. 6:248 BW…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6884Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (arbeidsrecht)

    Werknemer vraagt (o.a.) billijke vergoeding omdat zij stelt onterecht te zijn ontslagen op staande voet. Werkgever betwist dat werknemer op staande voet is ontslagen. De kantonrechter geeft de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12655Rechtbank Rotterdam, 24 september 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Werkgever heeft bij niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een verboden onderscheid gemaakt. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend. Verder heeft…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12256Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026 (arbeidsrecht)

    Werkgever moet aanzegvergoeding betalen. Onvoldoende onderbouwd dat aanzegging door werknemer is ontvangen. Vermelding van einddatum op loonstrook is geen aanzegging. Werkgever moet loon terugbetalen…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:12246Rechtbank Noord-Holland, 15 september 2026 (arbeidsrecht)

    achterstallig loon ogv rechtsvermoeden art 7:610b BW, rechter bepaalt andere referteperiode dan door werknemer gehanteerde referteperiode. Aanzeg- en transitievergoeding verschuldigd omdat de…

460 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.