Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:870 BW

Geldt sinds 1 april 2002

De achterborg die de verbintenis van de borg is nagekomen, kan ten behoeve van zich zelf het verhaal uitoefenen dat de borg, indien hij zelf de verbintenis was nagekomen, zou hebben gehad jegens de hoofdschuldenaar of jegens medeborgen of niet-schuldenaren die voor de verbintenis aansprakelijk waren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1725Gerechtshof Den Haag, 17 september 2024 (verbintenissenrecht)

    Het gaat om de reikwijdte en rechtsgeldigheid van een concerngarantie die een holding heeft afgegeven als zekerheid voor de verbintenissen van haar dochteronderneming/een aannemingsbedrijf jegens…

  • ECLI:NL:OGEAA:2018:528Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 29 augustus 2018 (civiel recht)

    civiel recht, geldvordering toegewezen.

  • ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9039Rechtbank Breda, 23 maart 2011 (insolventierecht)

    Borgtocht en regresrecht. Faillissement.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.