Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:313 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    Een hoeve is een complex bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en het daarbij behorende land, dienende tot de uitoefening van de landbouw.

  2. 2

    Hetgeen in deze titel is bepaald met betrekking tot los land, geldt mede met betrekking tot een of meer gebouwen of gedeelten daarvan, welke dienen tot de uitoefening van de landbouw.

  3. 3

    Indien echter tussen dezelfde partijen bij één overeenkomst los land en bij een andere overeenkomst een of meer gebouwen of gedeelten daarvan zijn verpacht, worden de bepalingen omtrent verpachting van hoeven op beide overeenkomsten van toepassing met ingang van het tijdstip waarop de laatste van beide overeenkomsten is gesloten.

  4. 4

    Onder hoeve en los land worden begrepen de daarbij behorende, niet tot de uitoefening van de landbouw dienende gronden met inbegrip van de zich daarop bevindende houtopstanden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:810Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW?…

  • ECLI:NL:PHR:2023:576Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Pachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten. Rechtspraak van de pachtkamer van het gerechtshof m.b.t. aanspraak van verpachter op overdracht…

  • ECLI:NL:HR:2018:874Hoge Raad, 8 juni 2018 (civiel recht)

    Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land?…

  • ECLI:NL:PHR:2018:259Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2018 (civiel recht)

    Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land?…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:979Rechtbank Noord-Nederland, 31 maart 2026 (civiel recht)

    Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:7755Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2024 (civiel recht)

    Art. 7:311 BW. Geen pacht, want samenwerking en geen tegenprestatie afgesproken.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:5302Rechtbank Amsterdam, 23 augustus 2024 (verbintenissenrecht)

    Ontruiming huurwoning. Verzetzaak. Is huurder aansprakelijk voor het gebeuren in de woning tijdens zijn afwezigheid? Burgemeestersluiting. Strafrechtelijke veroordelen handel in harddrugs. Strijd met…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:6805Rechtbank Noord-Holland, 10 juli 2024 (verbintenissenrecht)

    Pachtzaak. De pachtkamer wijkt niet af van de beslissing van De Grondkamer dat de duur van de pachtovereenkomst ingaat op 1 juli 2022 en eindigt op 30 juni 2028. De pachtkamer wijst de vordering tot…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.