Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:306 BW

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    Een onderhuurovereenkomst van bedrijfsruimte eindigt op het door de rechter op vordering van de hoofdverhuurder overeenkomstig artikel 296 lid 5 vastgestelde tijdstip van ontruiming.

  2. 2

    Indien de hoofdhuurder de onderhuurder niet of niet juist heeft voorgelicht omtrent de termijn waarvoor de hoofdhuur geldt of is aangegaan, of hij bij de beëindiging van de hoofdhuur en de bepaling van het tijdstip van ontruiming onvoldoende voor de belangen van de onderhuurder heeft gewaakt, is hij verplicht de schade die de onderhuurder daardoor lijdt, te vergoeden.

  3. 3

    De hoofdhuurder tegen wie door de hoofdverhuurder een vordering wordt ingesteld, die mede de belangen van de onderhuurder raakt, is bevoegd om deze in het geding te roepen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ4156Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging overeenkomst onderhuur bedrijfsruimte, art. 7:296 en art. 7:306 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BT6882Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2011 (civiel recht)

    Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging art. 7:296 lid 3 BW.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:10159Rechtbank Rotterdam, 22 augustus 2025 (verbintenissenrecht)

    Huurovereenkomst. Dringend eigen gebruik. Belangenafweging.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:10160Rechtbank Rotterdam, 22 augustus 2025 (verbintenissenrecht)

    Huurovereenkomst. Belangenafweging.

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:3001Rechtbank Midden-Nederland, 15 mei 2024 (civiel recht)

    DePlaatsmaker huurde van de gemeente Utrecht een pand waarin zij 70 units aan kunstenaars onderverhuurden. DePlaatsmaker heeft de huurovereenkomst met de gemeente opgezegd en daarna ook de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:885Rechtbank Gelderland, 21 februari 2024 (civiel recht)

    Vordering van onderverhuurder tegen verhuurder tot indeplaatsststelling huurder (eiser) van een tankstation wordt in twee instanties afgewezen omdat onderverhuurder die vordering te laat na het…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:617Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    bedrijfsruimte is al ontruimd, (onder)huurder heeft recht op huurprijsvermindering en compensatie van diverse kosten vanwege gebreken in het gehuurde

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:7201Rechtbank Amsterdam, 11 december 2020 (civiel recht)

    Huur 290 bedrijfsruimte op jachthaventerrein. Geen grond voor beëindiging. Tegenvorderingen huurder.

43 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.