Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:465 BW

Vertegenwoordiging van minderjarige en wilsonbekwame patiënten redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De verplichtingen die voor de hulpverlener uit deze afdeling jegens de patiënt voortvloeien worden, indien de patiënt de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, door de hulpverlener nagekomen jegens de ouders die het gezag over de patiënt uitoefenen dan wel jegens zijn voogd.

  2. 2

    Hetzelfde geldt indien de patiënt de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, maar niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, tenzij zodanige patiënt meerderjarig is en onder curatele staat of ten behoeve van hem het mentorschap is ingesteld, in welke gevallen nakoming jegens de curator of de mentor geschiedt.

  3. 3

    Indien een meerderjarige patiënt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, niet onder curatele staat of ten behoeve van hem niet het mentorschap is ingesteld, worden de verplichtingen die voor de hulpverlener uit deze afdeling jegens de patiënt voortvloeien, door de hulpverlener nagekomen jegens de persoon die daartoe door de patiënt schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats op te treden. Ontbreekt zodanige persoon, of treedt deze niet op, dan worden de verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst.

  4. 4

    De hulpverlener komt zijn verplichtingen na jegens de in de leden 1 en 2 bedoelde wettelijke vertegenwoordigers van de patiënt en de in lid 3 bedoelde personen, tenzij die nakoming niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener.

  5. 5

    De persoon jegens wie de hulpverlener krachtens de leden 2 of 3 gehouden is de uit deze afdeling jegens de patiënt voortvloeiende verplichtingen na te komen, betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger. Deze persoon is gehouden de patiënt zoveel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken.

  6. 6

    Verzet de patiënt zich tegen een verrichting van ingrijpende aard waarvoor een persoon als bedoeld in de leden 2 of 3 toestemming heeft gegeven, dan kan de verrichting slechts worden uitgevoerd indien zij kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:38Parket bij de Hoge Raad, 12 januari 2024 (personen- en familierecht)

    Wet zorg en dwang. Ontslagverzoek ogv art. 48 Wzd; klachtprocedure ex art. 55 Wzd. Ontvankelijkheid klacht zoon als gemachtigde. Kan zoon aangemerkt worden als vertegenwoordiger van betrokkene…

  • ECLI:NL:PHR:2023:353Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Machtiging voortzetting crisismaatregel. Afstand van rechtsbijstand. Aanwezigheid mentor.

  • ECLI:NL:PHR:2022:786Parket bij de Hoge Raad, 2 september 2022 (civiel recht)

    Wvggz. Wilsbekwaam verzet; plan van aanpak; kan gedwongen anticonceptie onder het toepassingsbereik van ( 3:2 lid 2 sub a en/of art. 3:2 lid 2 sub h) Wvggz worden gebracht?

  • ECLI:NL:PHR:2020:539Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2020 (civiel recht)

    Wvggz. Machtiging voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz) van dementerende. Is voor vrijheidsbeperkende maatregelen bij (wilsonbekwame) personen die zich niet verzetten altijd Wvggz-maatregel…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:559Gerechtshof Den Haag, 24 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding in hoger beroep. Appellanten en geïntimeerden zijn broers en zussen van elkaar. Zij hebben een conflict over hun dementerende moeder die op dit moment in Suriname verblijft, maar in…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:3667Rechtbank Rotterdam, 20 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Art. 1:262b BW. Geschil tussen GI en ouder betreffende de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Onjuiste grondslag. Rechtbank vat verzoek GI op als verzoek op grond van art 1:265g BW. Overige…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:967Rechtbank Rotterdam, 23 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Wvggz of Wgbo? De rechtbank wijst het verzoek voor een zorgmachtiging toe. Met de zorgmachtiging wordt weliswaar beoogd om betrokkene een staaroperatie te laten ondergaan, maar…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:1201Rechtbank Limburg, 13 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Beslissing over een verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 44 Wet zorg en dwang Verzoeker verbleef op grond van artikel 21 Wet zorg en dwang in een verpleeghuis en stelt niet opgenomen te…

70 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.