Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:220 BW

Dringende werkzaamheden en renovatie redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    Indien gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd of de verhuurder krachtens artikel 56 van Boek 5 iets moet toestaan ten behoeve van een naburig erf, moet de huurder daartoe gelegenheid geven, onverminderd zijn aanspraken op vermindering van de huurprijs, op ontbinding van de huurovereenkomst en op schadevergoeding.

  2. 2

    Lid 1 is van overeenkomstige toepassing wanneer de verhuurder met voortzetting van de huurovereenkomst wil overgaan tot renovatie van de gebouwde onroerende zaak waarop die overeenkomst betrekking heeft, en daartoe aan de huurder een, gelet op het belang van de verhuurder en de belangen van de huurder en eventuele onderhuurders, redelijk voorstel doet. Een dergelijk voorstel wordt schriftelijk gedaan. Onder renovatie wordt zowel sloop met vervangende nieuwbouw als gedeeltelijke vernieuwing door verandering of toevoeging verstaan.

  3. 3

    Indien de renovatie tien of meer woningen of bedrijfsruimten die een bouwkundige eenheid vormen, betreft wordt het in lid 2 bedoelde voorstel vermoed redelijk te zijn, wanneer 70% of meer van de huurders daarmee heeft ingestemd. De huurder die niet met het voorstel heeft ingestemd, kan binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van de verhuurder aan hem dat 70% of meer van de huurders met het voorstel heeft ingestemd een beslissing van de rechter vorderen omtrent de redelijkheid van het voorstel.

  4. 4

    De voorgaande leden doen niet af aan de bevoegdheid van de verhuurder om de huurovereenkomst op te zeggen op de grond dat hij de zaak dringend nodig heeft voor renovatie, voor zover zulks kan worden gebracht onder de wettelijke opzeggingsgronden die gelden voor een gebouwde onroerende zaak als waarop de huurovereenkomst betrekking heeft.

  5. 5

    Indien verhuizing noodzakelijk is in verband met de voorgenomen renovatie, bedoeld in lid 2, derde zin, van woonruimte als bedoeld in artikel 233 draagt de verhuurder bij in de kosten die de verhuizing voor de huurder meebrengt.

  6. 6

    De minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van zelfstandige woningen als bedoeld in artikel 234, en woonwagens en standplaatsen als bedoeld in de artikelen 235 en 236, wordt bij ministeriële regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld en zal jaarlijks voor 1 maart worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.

  7. 7

    De verhuurder kan eventuele door de gemeente aan de huurder te verstrekken bijdragen of vergoedingen voor verhuis- of inrichtingskosten in mindering brengen op de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het zesde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:735Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht; schadevergoeding; schadebegroting bij aantasting winstcapaciteit van een onderneming na onrechtmatige ontruiming huurder strandpaviljoens (art. 6:95 en art. 6:105 BW); ex…

  • ECLI:NL:HR:2023:1215Hoge Raad, 15 september 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Art. 7:220 BW. Vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie. Is voor deze vergoeding vereist dat huurder meer meeneemt dan beperkt aantal persoonlijke voorwerpen?…

  • ECLI:NL:HR:2023:931Hoge Raad, 16 juni 2023 (civiel recht)

    Huurrecht. Woonruimte. Vordering verhuurder tot beëindiging huur wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:274 lid 1, onder c, BW. Sloop en nieuwbouw met oog op stedenbouwkundige, sociaaleconomische of…

  • ECLI:NL:PHR:2023:340Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Renovatie. Heeft huurder die wegens renovatie gedurende enige tijd bij vrienden heeft gelogeerd en alleen beperkt aantal persoonlijke voorwerpen heeft meegenomen, recht op…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:10158Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    toetsing redelijkheid renovatievoorstel, dwaling.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2694Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    Vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegen weigeren redelijk voorstel door de huurder in hoger beroep alsnog afgewezen. Onvoldoende concreet en gespecificeerd voorstel.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9688Rechtbank Amsterdam, 10 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Huur woonruimte; vordering (tijdelijke) ontruiming na brand

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3938Rechtbank Noord-Nederland, 9 september 2026 (civiel recht)

    Wisselbeschikking: [verzoeker] wil de kantonrechter de redelijkheid van het renovatievoorstel laten beoordelen maar dat moet niet bij verzoek maar bij dagvaarding (in de wet staat: vorderen)

570 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.