Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:293 BW

Opzegging van huur van bedrijfsruimte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    De overeenkomst die voor vijf jaar geldt, en de overeenkomst die is aangegaan voor een termijn langer dan vijf jaar, maar korter dan tien jaar, kunnen tegen het einde van de termijn en tegen het einde van de in artikel 292 lid 2 bedoelde tweede termijn door ieder van de partijen worden opgezegd. Artikel 228 lid 1 en lid 2, eerste zin, is niet van toepassing.

  2. 2

    De opzegging moet geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. De termijn van opzegging bedraagt tenminste een jaar.

  3. 3

    Geen opzegging is vereist, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden, nadat de huurovereenkomst is totstandgekomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1404Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht; huurrecht bedrijfsruimte. Is dit onbemande tankstation een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW en/of art. 7:290 BW? Toepassing van HR 14 april 2014…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1141Parket bij de Hoge Raad, 24 oktober 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Kan een voor onbepaalde tijd voortgezette huurovereenkomst 290-bedrijfsruimte worden beëindigd o.g.v. een belangenafweging volgens art. 7:296 lid 3 BW als het enige belang…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1005Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2021 (civiel recht)

    Dringend eigen gebruik bij verhuur van 290-bedrijfsruimte. Komt de verhuurder die eerder zelf een hotelonderneming heeft gedreven in het nadien door hem verhuurde pand een beroep toe op dringend…

  • ECLI:NL:PHR:2014:240Parket bij de Hoge Raad, 28 maart 2014 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte door verhuurder wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 onder b BW). Redelijke belangenafweging (art. 7:296 lid 3 BW).…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6198Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026 (civiel recht)

    Tussen de gemeente en InBev bestaat een huurovereenkomst. De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd. Zij wil de huurovereenkomst beëindigen op basis van artikel 7:296 lid 3 Burgerlijk Wetboek…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3581Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juni 2026 (civiel recht)

    Opzegging / ontbinding huurovereenkomst winkelruimte. Gebreken aan gehuurde winkelruimte en gehuurde woonruimte.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4952Rechtbank Amsterdam, 21 mei 2026 (verbintenissenrecht)

    Goekeuring van kantonrechter verzocht voor afwijkend beding (te weten opzegging huurovereenkomst door verhuurder) ex art. 7:291 BW. Eerst vaststellen in welke zin beding afwijkt. In onderhavig beding…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2024Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Verhuurder vordert betaling van herstelkosten en boetes. Huurder vordert terugbetaling van de borgsom, verwijzing naar de schadestaatprocedure en opheffing van een beslag.

91 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.