Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:188 BW

Geldt sinds 1 januari 2003

  1. 1

    De aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering wordt, wanneer zij is aanvaard of kan worden aanvaard, aangemerkt als een gift, tenzij zij geschiedt ter nakoming van een verbintenis anders dan een uit schenking. De artikelen 177, 179, 181, 182 en 187 zijn op deze giften niet van toepassing.

  2. 2

    Als waarde van een gift door begunstiging bij een sommenverzekering geldt de waarde van de daaruit voortvloeiende rechten op uitkering. Indien de begunstiging slechts ten dele als gift wordt aangemerkt, geldt als waarde van de gift een evenredig deel van de waarde van de daaruit voortvloeiende rechten op uitkering.

  3. 3

    Het bedrag dat de verzekeraar krachtens de wet of een overeenkomst met de verzekeringnemer op de uitkering inhoudt, komt in de eerste plaats op de waarde van de gift in mindering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1687Hoge Raad, 14 november 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Erfrecht. Vermindering van begunstiging bij sommenverzekering (art. 4:120 lid 4; art. 4:126 lid 2, aanhef en onder b, BW; art. 4:127 BW). Belang bij klachten in cassatie. Is voor…

  • ECLI:NL:HR:2025:1238Hoge Raad, 5 september 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Erfrecht. Schending legitieme portie door giften erflater aan zoon die boerenbedrijf voortzet (art. 4:67, onder d, BW)? Bevoordelingsbedoeling? Toerekening gift voor het geheel aan…

  • ECLI:NL:PHR:2025:935Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2025 (civiel recht)

    Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2396Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 juli 2024 (civiel recht)

    erfrecht; quasi-legaat; uitkering uit een levensverzekering; beoordelingsmoment; termijn art. 4:127 BW en art. 4:216 BW; welk bedrag is niet onredelijk om te moeten betalen in de zin van art. 4:127 BW

  • ECLI:NL:OGHACMB:2024:272Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 21 januari 2024 (civiel recht)

    Curaçao. Afwikkeling nalatenschap. Echtgenote tegen kinderen. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Legaat. Vergoedingsvorderingen. Beheer. Tussenvonnis.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:17506Rechtbank Den Haag, 1 september 2023 (civiel recht)

    Tussenbeschikking. Erfrecht. Levensverzekering is quasi-legaat. Vermindering onredelijk? Uitkering gebruikt voor de betaling van kosten van levensonderhoud en/of studie?

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:7988Rechtbank Limburg, 12 oktober 2022 (civiel recht)

    Civiel recht. Bodemzaak. Vereffenaar nalatenschap vordert uitkering uit levensverzekering terug bij derde, die de moeder is van de minderjarige erfgenamen. Vordering afgewezen omdat deze niet binnen…

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:885Rechtbank Noord-Nederland, 2 maart 2021 (civiel recht)

    De legitieme portie wordt op grond van de redelijkheid en billijkheid in afwijking van het uitgangspunt berekend aan de hand van de waarde van het vermogen aan het einde van de vereffening. De…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.