Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:678 BW

Dringende redenen voor de werkgever redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    Voor de werkgever worden als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 677 beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

  2. 2

    Dringende redenen zullen onder andere aanwezig geacht kunnen worden: a.wanneer de werknemer bij het sluiten van de overeenkomst de werkgever heeft misleid door het vertonen van valse of vervalste getuigschriften, of deze opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven omtrent de wijze waarop zijn vorige arbeidsovereenkomst is geëindigd; b.wanneer hij in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden; c.wanneer hij zich ondanks waarschuwing overgeeft aan dronkenschap of ander liederlijk gedrag; d.wanneer hij zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt; e.wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt; f.wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers verleidt of tracht te verleiden tot handelingen, strijdig met de wetten of de goede zeden; g.wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, eigendom van de werkgever beschadigt of aan ernstig gevaar blootstelt; h.wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, zich zelf of anderen aan ernstig gevaar blootstelt; i.wanneer hij bijzonderheden aangaande de huishouding of het bedrijf van de werkgever, die hij behoorde geheim te houden, bekendmaakt; j.wanneer hij hardnekkig weigert te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten, hem door of namens de werkgever verstrekt; k.wanneer hij op andere wijze grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt; l.wanneer hij door opzet of roekeloosheid buiten staat geraakt of blijft de bedongen arbeid te verrichten.

  3. 3

    Bedingen waarbij aan de werkgever de beslissing wordt overgelaten of er een dringende reden in de zin van artikel 677 lid 1 aanwezig is, zijn nietig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:900Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Tussentijdse opzegging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door werknemer. Tussentijds opzegbeding? Uitleg cao.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1205Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht, ontslag op staande voet wegens vechtpartij op werkvloer. Mededelingseis en voorhanden zijn dringende reden art. 7:677 lid 1 BW

  • ECLI:NL:PHR:2023:1035Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2023 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht. Internationaal publiekrecht. Staatsimmuniteit. Geschil over beëindiging arbeidsovereenkomst; terughoudend oordeel Nederlandse rechter over vertrouwelijk karakter…

  • ECLI:NL:PHR:2023:466Parket bij de Hoge Raad, 21 april 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet van ceo; dringende redenen onverwijld meegedeeld? (art. 7:677 lid 1 BW); is deugdelijk onderzoek een voorwaarde voor een dringende reden?

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10347Rechtbank Amsterdam, 19 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Ontslag op staande voet na fysieke confrontatie met collega op de werkvoer. Vernietiging ontslag op staande voet en afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Verzoek om gefixeerde schadevergoeding…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14236Rechtbank Noord-Holland, 16 oktober 2026 (ondernemingsrecht)

    Eiser heeft met gebruik van de BOR de aandelen in (de topholding van) zijn onderneming aan zijn dochter en zoon geschonken. De aandelen worden gehouden door een STAK met dochter en zoon als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10876Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Ontslag op staande voet wegen urenfraude / dagdieverij. Verzoeken van werknemer om gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen. Werknemer…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9938Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Werknemer vordert betaling op basis van een afvloeiingsregeling. De kantonrechter wijst de vordering af. Uitleg regeling, niet voldaan aan de voorwaarden.

2.240 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.